donderdag 11 september 2008

WEEK 1 - De basisregels voor een goed debat

Om een goed debat te definiëren moet men eerst kijken naar wat een debat is, wat de aard is van een debat en hoe er naar gekeken moet worden.
Het Kramers groot Nederlands woordenboek definieert het woord ‘debat’ als volgt:

‘debat’: (<>http://nl.youtube.com/watch?v=FDnkpTkNXtM), maar tijdens een discussie kan dit nog veel botter uitgesproken worden.

Discussie en het discussiëren over onderwerpen is weliswaar een van de hoofddoelen binnen een debat. Maar naast dit doel bestaat er ook een groot beleefdheids- en formaliteitsaspect.
Dat betekent dat er naast juist gevormde stellingen en meningen en inhoudelijk sterke argumenten voor en tegen, ook een bepaalde manier van spreken tot elkaar en het voldoen aan bijvoorbeeld eerlijke en nette beurtwisselingen aan de orde is. Om een debat goed te volgen moet er dus worden gekeken naar de inhoud en naar de presentatie.

Mijn docent Thomas Poell voor het vak ‘Nieuwe media in het actuele debat’ heeft twee lijsten regels opgesteld om participanten van een debat te helpen bij het goed participeren in een debat. Een lijst richt zich op de inhoud en dus op de stellingen, argumenten, kritiek, enz. en de andere lijst richt zich op de presentatie, dus manier van praten, beleefdheid naar andere participanten, voldoening aan tijdslimiet, enz. De lijsten zien er als volgt uit:


Grondregels voor een goed debat:
1. Er moet een scherpe stelling of vraag geformuleerd worden, waar zowel sterke argumenten voor als tegen te bedenken zijn. Dit maakt het mogelijk om de verschillende kanten van een probleem uit te diepen (en de voors en tegens op een rij te zetten).
2. De stelling of vraag dient voorafgaande aan het debat geïntroduceerd te worden en tijdens het debat voor alle deelnemers zichtbaar te zijn. Dit moet er voor zorgen dat het debat over hetzelfde thema blijft gaan en de deelnemers niet te veel afdwalen.
3. De voorzitter dient neutraal te zijn, wat wil zeggen dat de voorzitter zelf niet deelneemt aan het debat.
4. De voorzitter dient de verschillende deelnemers in het debat de mogelijkheid te geven om hun bijdrage te leveren. Dit betekent dat de voorzitter goed bijhoudt wie wil spreken en langdradige en overbodige bijdragen afkapt.
5. De voorzitter moet ervoor zorgen dat de deelnemers aan het debat de oorspronkelijke vraag of stelling goed in de gaten houden. Dit betekent dat de voorzitter ingrijpt wanneer de discussie een totaal andere richting opgaat.
6. De voorzitter dient de voortgang van de discussie te bevorderen door in te grijpen wanneer de discussie vastloopt en de deelnemers aan het debat hun standpunt blijven herhalen. Dit kan de voorzitter doen door kort het meningsverschil uiteen te zetten en een voorstel te doen voor verdere discussie.
7. De voorzitter zorgt dat het debat levendig is, maar niet uit de hand loopt. Dit kan de voorzitter doen door provocerende vragen te stellen wanneer het debat vastloopt, of de deelnemers tot rust te manen wanneer de gemoederen te verhit raken. Een korte samenvatting van de naar voren gebrachte argumenten kan verhelderend werken.
8. De deelnemers aan het debat moeten de mogelijkheid krijgen om hun standpunt naar voren te brengen. Dit betekent dat ze voldoende tijd krijgen (bijvoorbeeld een van te voren vastgestelde tijd). Verder dienen deelnemers elkaar niet in de reden te vallen.
9. De deelnemers aan het debat dienen respect voor elkaar op te brengen. Zij beledigen elkaar dus niet en luisteren goed naar de argumenten van de ander. Dit kan worden bevorderd door iedere deelnemer te verplichten om eerst het argument van de ander samen te vatten voordat een tegenargument wordt gepresenteerd.
De deelnemers dienen een bron te vermelden wanneer zij een feitelijke uitspraak doen. Dit maakt het voor de andere deelnemers mogelijk om uitspraken te verifiëren. Bovendien voorkomt het dat er ongefundeerde uitspraken worden gedaan.

Grondregels voor goed presenteren:
1. Bereid je goed voor! Als je je argumenten op een rij hebt en de belangrijkste publicaties en feiten over een onderwerp kent, dan word je in een debat niet snel overbluft.
2. Vat de argumenten van je tegenstanders in het debat kort samen. Dit geeft aan dat je goed hebt geluisterd naar de ander. Bovendien geeft het je de mogelijkheid de aandacht te vestigen op specifieke punten uit het betoog van de ander. Dit kan dan vervolgens een mooie brug vormen voor je eigen argument.
3. Maak aantekeningen van de argumenten die de andere deelnemers naar voren brengen. Dit maakt het mogelijk om deze argumenten samen te vatten en hier systematisch op terug te komen.
4. Spreek rustig en duidelijk. Neem een actieve houding aan en gebruik je handen om je argument kracht bij te zetten (doe dit alleen op strategische momenten). Kijk rond en maak veel oogcontact. Dit geeft je boodschap extra kracht.
5. Als je vindt dat de ander een goed punt heeft gemaakt, moet je dit aangeven. Doe dit wel aan het begin van je betoog om vervolgens aan te geven op welke punten je het niet met de ander eens bent.
6. Introduceer duidelijk je argument. Doe dit door in je betoog een helder onderscheid te maken tussen de uitleg van je argument en het argument zelf. Probeer je argument in één kernzin samen te vatten.
7. Let goed op de tijd! Dit wil zeggen dat je zo optimaal mogelijk gebruikmaakt van de tijd die je krijgt. Als je weinig tijd hebt, moet je die vooral besteden aan het stevig neerzetten van je argument. Als je echter veel tijd hebt, kun je die bijvoorbeeld gebruiken voor een introductie, het verschaffen van achtergrondinformatie en het samenvatten van de argumenten van de andere deelnemers. Hou wel de structuur van je betoog in de gaten, de andere deelnemers moeten kunnen begrijpen waar je met je verhaal naartoe wilt.
8. Geef het initiatief niet uit handen door meteen vragen te stellen aan je tegenstanders in het debat (retorische vragen kunnen natuurlijk wel strategisch worden ingezet).
9. Kom niet met losse argumenten, maar bepaal van te voren een argumentatielijn. Probeer het onderwerp dat door de stelling of vraag ter discussie wordt gesteld zo te presenteren dat deze lijn logisch en vanzelfsprekend lijkt.
Gebruik concrete voorbeelden om je argumenten te illustreren. Hou wel in de gaten dat een voorbeeld tegen je gebruikt kan worden. Zorg dan ook dat het gekozen voorbeeld slechts op één manier geïnterpreteerd kan worden.

Geen opmerkingen: