donderdag 11 september 2008

Week 1 - 12 boze mannen


Nummer 12 van de 12 boze mannen

Sidney Lumet brengt in 1957 zijn film ’12 angry men’ uit, geheel in zwart wit. 12 angry men gaat over 12 juryleden van een moordzaak in de Verenigde Staten. Stuk voor stuk zijn het verschillende mannen met hun eigen karakters en kenmerken. In de V.S. is het gebruikelijk dat 12 juryleden stemmen om over het lot van de beschuldigde te beslissen na een bespreking die wordt geleid door een voorzitter. De voorzitter is neutraal en mengt zich niet in debatten en discussies. Er zijn dus 12 stemmen en die moeten allemaal hetzelfde zijn om vervolgens een legale uitspraak te kunnen doen voor of tegen de beschuldigde.

In het begin van de discussie is er één persoon die de beschuldigde niet schuldig verklaart. De andere elf vinden de beschuldigde wel schuldig van de moord op zijn vader. Na een bijna anderhalf uur durende discussie over het alibi van de beschuldigde en de verklaringen van de getuigen draaien de juryleden stuk voor stuk bij en stemmen niet schuldig. Het is een minimalistische film met weinig actie maar met scherpe dialogen en knappe opnames (zeker voor die tijd). Ook inhoudelijk steekt de film goed in elkaar.

Het personage wat ik heb geanalyseerd is jurylid nummer 12. Zijn naam wordt niet genoemd, net als de namen van negen andere juryleden. Nummer 12 is een grote, jonge man met een net pak, een stijlvol kapsel en filtersigareten. We zouden hem nu een ‘klassieke’ noemen of een ‘typische vijftige jaren’ uiterlijk.

Al snel blijkt dat nummer 12 in de reclamewereld werkt aangezien hij op deze manieren aanknopingspunten voor gesprekken probeert te vinden. Ook blijkt dat hij in het begin van de film tijdens de discussie een product van hem aan het tekenen is, ‘Rice Pops’ genaamd.
Tijdens de eerste stemming steekt hij snel en overtuigd zijn hand op. Eigenlijk vindt hij de discussie niet zo interessant, althans in het begin niet. Hij geeft vriendelijk bedoelde duwtjes om gesprekken over andere zaken te beginnen, lacht veel om zaken die eigenlijk niet zo grappig zijn en speelt een potje tictactoe met een medejurylid. Hij rookt en valt daarmee een aantal keer de voorzitter lastig. In het midden van de film stelt hij zich toch kritischer op en zegt: ‘This is no exact science’. Nummer 12 blijkt een meegaand type omdat hij zich driemaal laat overhalen om toch voor schuldig of niet schuldig te stemmen. Hij vindt het allemaal maar moeilijk te volgen blijkt in het laatste deel van de film als hij een aantal moeilijke blikken trekt en de kritische zelfopgestelde onderzoeken van de architect volgt. Als een na laatste gaat hij overstag en kiest voor niet schuldig.

We kunnen een aantal conclusies trekken aangezien de lichaamstaal van nummer 12. Nummer 12 is meegaand omdat hij zich laat intimideren door boze blikken. Nummer 12 is niet geïnteresseerd in het gehele verhaal. Ook is nummer 12 snel afgeleid en vindt hij het gehele debat moeilijk te volgen.
Al met al is nummer 12 niet een van de meest naar voren komende personages maar wel een interessant object om te bekijken.
Bron Plaatje:

Week 1 - Stelling

Na het zien van de film ’12 angry men’ (Sidney Lumet, 1957) in hoorcollege 1 van het vak ’Nieuwe media in het actuele debat’ werd de studenten gevraagd om een van de twaalf boze mannen te beschrijven en duidelijk naar deze boze man te kijken om te zien hoe hij zich gedraagt. Naast dat iemand zich verbaal uit, beweegt een persoon ook veel. Lichaamstaal en mimiek zijn naast praten ook vormen van communiceren en geven ons ook signalen over hoe de gesprekspartner zich voelt e.d. Daarom heb ik de volgende stelling bedacht:

Lichaamstaal en mimiek zijn minstens even belangrijk in een debat als verbale communicatie

Om deze stelling bij te staan en af te zwakken heb ik een aantal argumenten voor en een aantal argumenten tegen deze stelling bedacht.

Argumenten voor:

Ik citeer: ‘Zelfs in onze onderlinge communicatie komt dus 80 procent over via lichaamstaal. Bij onze communicatie met honden is dat aandeel nog vele malen groter, simpelweg omdat honden onze spreektaal niet kunnen volgen. Of je boos of blij bent, je hond ziet het direct aan je houding, je gezichtsuitdrukking, hij hoort het aan je ademhaling en misschien ruikt hij het zelfs.’ (http://www.kc-delft.nl/artikel/lichaamstaal.html)

80 procent is meer als de 20 procent verbale communicatie. Lichaamstaal is dus misschien wel belangrijker dan verbale communicatie aangezien het feit hierboven.

Als iemand boos naar je kijkt of niet lekker ruikt merk je dit al op. Dit kan er voor zorgen dat je al bent beïnvloed en op een dusdanige manier dat je manier van spreken en je redenering op een negatieve manier wordt beïnvloed. Intimidatie kan dus je uitspraken (manier van praten) verzwakken en dit zorgt voor een slechtere discussie. Een debat volgen op de radio heeft een ander effect dan een debat zien op televisie. Tijdens het luisteren let je niet op lichaamstaal en tijdens het zien let je minder op geluid. Je kan dus worden beïnvloed door beelden en dat zwakt het geluid af. Daarom is het belangrijk zowel alleen te luisteren en niet op fysieke eigenschappen te letten tijdens een debat.

Argumenten tegen:

Beleefdheid en formaliteit horen bij debatten. Iemand behoort zich fatsoenlijk te kleden en algemeen beschaafd Nederlands te praten. Maar een modieuze stropdas en een rij witte tanden horen niet de keuze van een toeschouwer te beïnvloeden.

Met lichaamstaal en mimiek doe je geen concrete uitspraken. Hiervoor moet taal worden gebruikt.

Iedereen moet kunnen debatteren en worden aangevallen op zijn uitspraken en dus niet om fysieke presentatie.


Ik hoop dat deze stelling de lezer aan het denken zet en denk dat het een leuk debat zou kunnen worden.

WEEK 1 - De basisregels voor een goed debat

Om een goed debat te definiëren moet men eerst kijken naar wat een debat is, wat de aard is van een debat en hoe er naar gekeken moet worden.
Het Kramers groot Nederlands woordenboek definieert het woord ‘debat’ als volgt:

‘debat’: (<>http://nl.youtube.com/watch?v=FDnkpTkNXtM), maar tijdens een discussie kan dit nog veel botter uitgesproken worden.

Discussie en het discussiëren over onderwerpen is weliswaar een van de hoofddoelen binnen een debat. Maar naast dit doel bestaat er ook een groot beleefdheids- en formaliteitsaspect.
Dat betekent dat er naast juist gevormde stellingen en meningen en inhoudelijk sterke argumenten voor en tegen, ook een bepaalde manier van spreken tot elkaar en het voldoen aan bijvoorbeeld eerlijke en nette beurtwisselingen aan de orde is. Om een debat goed te volgen moet er dus worden gekeken naar de inhoud en naar de presentatie.

Mijn docent Thomas Poell voor het vak ‘Nieuwe media in het actuele debat’ heeft twee lijsten regels opgesteld om participanten van een debat te helpen bij het goed participeren in een debat. Een lijst richt zich op de inhoud en dus op de stellingen, argumenten, kritiek, enz. en de andere lijst richt zich op de presentatie, dus manier van praten, beleefdheid naar andere participanten, voldoening aan tijdslimiet, enz. De lijsten zien er als volgt uit:


Grondregels voor een goed debat:
1. Er moet een scherpe stelling of vraag geformuleerd worden, waar zowel sterke argumenten voor als tegen te bedenken zijn. Dit maakt het mogelijk om de verschillende kanten van een probleem uit te diepen (en de voors en tegens op een rij te zetten).
2. De stelling of vraag dient voorafgaande aan het debat geïntroduceerd te worden en tijdens het debat voor alle deelnemers zichtbaar te zijn. Dit moet er voor zorgen dat het debat over hetzelfde thema blijft gaan en de deelnemers niet te veel afdwalen.
3. De voorzitter dient neutraal te zijn, wat wil zeggen dat de voorzitter zelf niet deelneemt aan het debat.
4. De voorzitter dient de verschillende deelnemers in het debat de mogelijkheid te geven om hun bijdrage te leveren. Dit betekent dat de voorzitter goed bijhoudt wie wil spreken en langdradige en overbodige bijdragen afkapt.
5. De voorzitter moet ervoor zorgen dat de deelnemers aan het debat de oorspronkelijke vraag of stelling goed in de gaten houden. Dit betekent dat de voorzitter ingrijpt wanneer de discussie een totaal andere richting opgaat.
6. De voorzitter dient de voortgang van de discussie te bevorderen door in te grijpen wanneer de discussie vastloopt en de deelnemers aan het debat hun standpunt blijven herhalen. Dit kan de voorzitter doen door kort het meningsverschil uiteen te zetten en een voorstel te doen voor verdere discussie.
7. De voorzitter zorgt dat het debat levendig is, maar niet uit de hand loopt. Dit kan de voorzitter doen door provocerende vragen te stellen wanneer het debat vastloopt, of de deelnemers tot rust te manen wanneer de gemoederen te verhit raken. Een korte samenvatting van de naar voren gebrachte argumenten kan verhelderend werken.
8. De deelnemers aan het debat moeten de mogelijkheid krijgen om hun standpunt naar voren te brengen. Dit betekent dat ze voldoende tijd krijgen (bijvoorbeeld een van te voren vastgestelde tijd). Verder dienen deelnemers elkaar niet in de reden te vallen.
9. De deelnemers aan het debat dienen respect voor elkaar op te brengen. Zij beledigen elkaar dus niet en luisteren goed naar de argumenten van de ander. Dit kan worden bevorderd door iedere deelnemer te verplichten om eerst het argument van de ander samen te vatten voordat een tegenargument wordt gepresenteerd.
De deelnemers dienen een bron te vermelden wanneer zij een feitelijke uitspraak doen. Dit maakt het voor de andere deelnemers mogelijk om uitspraken te verifiëren. Bovendien voorkomt het dat er ongefundeerde uitspraken worden gedaan.

Grondregels voor goed presenteren:
1. Bereid je goed voor! Als je je argumenten op een rij hebt en de belangrijkste publicaties en feiten over een onderwerp kent, dan word je in een debat niet snel overbluft.
2. Vat de argumenten van je tegenstanders in het debat kort samen. Dit geeft aan dat je goed hebt geluisterd naar de ander. Bovendien geeft het je de mogelijkheid de aandacht te vestigen op specifieke punten uit het betoog van de ander. Dit kan dan vervolgens een mooie brug vormen voor je eigen argument.
3. Maak aantekeningen van de argumenten die de andere deelnemers naar voren brengen. Dit maakt het mogelijk om deze argumenten samen te vatten en hier systematisch op terug te komen.
4. Spreek rustig en duidelijk. Neem een actieve houding aan en gebruik je handen om je argument kracht bij te zetten (doe dit alleen op strategische momenten). Kijk rond en maak veel oogcontact. Dit geeft je boodschap extra kracht.
5. Als je vindt dat de ander een goed punt heeft gemaakt, moet je dit aangeven. Doe dit wel aan het begin van je betoog om vervolgens aan te geven op welke punten je het niet met de ander eens bent.
6. Introduceer duidelijk je argument. Doe dit door in je betoog een helder onderscheid te maken tussen de uitleg van je argument en het argument zelf. Probeer je argument in één kernzin samen te vatten.
7. Let goed op de tijd! Dit wil zeggen dat je zo optimaal mogelijk gebruikmaakt van de tijd die je krijgt. Als je weinig tijd hebt, moet je die vooral besteden aan het stevig neerzetten van je argument. Als je echter veel tijd hebt, kun je die bijvoorbeeld gebruiken voor een introductie, het verschaffen van achtergrondinformatie en het samenvatten van de argumenten van de andere deelnemers. Hou wel de structuur van je betoog in de gaten, de andere deelnemers moeten kunnen begrijpen waar je met je verhaal naartoe wilt.
8. Geef het initiatief niet uit handen door meteen vragen te stellen aan je tegenstanders in het debat (retorische vragen kunnen natuurlijk wel strategisch worden ingezet).
9. Kom niet met losse argumenten, maar bepaal van te voren een argumentatielijn. Probeer het onderwerp dat door de stelling of vraag ter discussie wordt gesteld zo te presenteren dat deze lijn logisch en vanzelfsprekend lijkt.
Gebruik concrete voorbeelden om je argumenten te illustreren. Hou wel in de gaten dat een voorbeeld tegen je gebruikt kan worden. Zorg dan ook dat het gekozen voorbeeld slechts op één manier geïnterpreteerd kan worden.