Het tweede commentaar dat ik heb gekregen was van Thomas van Doorn. Zijn weblog is te vinden op http://www.w3tvandoorn.blogspot.com/. Hij zei het volgende:
Extra feedback (3) op Ariën Post
Hallo, Mijn commentaar op jouw blog!Ik heb een aantal stukken bekeken van je blog. Allereerst valt de duidelijke vormgeving mij op. Alles is goed te lezen en de plaatjes maken het totaal erg fraai.
Het hoorcollege uit week 5 bespreek je erg goed. Je begint met een inleiding waaruit een vraagstelling volgt. Vervolgens wordt deze met behulp van literatuur en een voorbeeld uitgelegd. Tot slot eindig je met een conclusie om het af te sluiten. Ik denk dat dit een perfecte schrijfwijze is. Mijn complimenten, zo sterk als dit geschreven is en dan met name qua opbouw heb ik nog niet eerder gezien op andere blogs.
Aan de kopjes waaronder nog tekst ontbreekt kan ik zien dat je uiteindelijk wel een compleet blog gaat inleveren. Er zal niets ontbreken wanneer je deze stukken zal schrijven. De wijze waarop je naar literatuur verwijst is goed. Je voegt de verwijzingen sterk in je verhaal waardoor het echt iets toevoegt.
Dit is al de derde persoon waar ik commentaar op heb gegeven daarom is misschien een beetje kort, maar ik weet zeker dat het helemaal goed gaat komen met je blog. Met name de opbouw die je hanteert moet je blijven gebruiken. Probeer wel echt nog even de werkcollege evaluaties toe te voegen, omdat je hierin duidelijk kan maken op welke punten je qua debattechnieken je vooruit bent gegaan.
Groetjes Thomas
Ik wil hem bedanken voorhet kritisch kijken naar mijn weblog en ik zal zeker nog even de evaluaties toevoegen. Thomas heeft al voor de derde keer kritiek gegeven en heeft zelf nog geen enkele keer kritiek gekregen. Ondanks dat ik niet de aangewezen persoon was om hem kritiek te geven, wil ik hem toch helpen en heb ik vervolgens ook kritisch naar zijn blog gekeken. Ik schreef hem het volgende:
Beste Thomas,
Omdat je mij gevraagd had om even te kijken naar jouw weblog, heb ik even kritisch naar de laatste toevoegingen op je site, week 6 en week 7, gekeken. Het viel mij het volgende op:
Waar ik ten eerste heel erg over te spreken ben, is je schrijfstijl. Je gebruikt korte zinnen en maakt ze tevens erg makkelijk te begrijpen doordat je geen hoog intellectuele woorden gebruikt. Dit alles zorgt ervoor dat je als een trein door je stukken heen leest, en dat de snelheid waarmee je het leest geen effect heeft op de mate van begrijpelijkheid. Kortom: je boodschap komt heel goed en duidelijk over. Als enige minpuntje zou ik je er op kunnen wijzen dat het soms best leuk en handig kan zijn om een krantenartikeltje te gebruiken als inleiding of als extra bron.
De vorm van je blog draagt bij aan dezelfde doelen. Het is simpel en duidelijk met hier en daar een toepasselijk plaatje. Zo zie je maar weer dat niet alles er ‘hip’ en ‘cool’ uit moet zien. Jouw ‘back-to-basics stijl’ is een absoluut pluspunt. Het is zelfs zo’n groot pluspunt dat je mijn schrijfstijl voor mijn laatste toevoegingen hebt beïnvloed. Bedankt haha!
Op je werkcollegeverslag van week 6 heb ik een klein kritiekpuntje aan te merken. Qua opbouw is het duidelijk en qua inhoud ook, maar ik vind dat je weinig voorbeelden geeft van bepaalde conclusies die je trekt. Je kan bijvoorbeeld een voorbeeld geven van je eigen inbreng om daarmee het feit dat je positief bent over je inbreng en inzet, te onderbouwen. Dit is natuurlijk niet nodig voor mij, omdat ik erbij was dus ik weet waar je het over hebt, maar voor anderen die er niet bij waren.
Van wat je in de slotevaluatie zegt over de gehele werkgroep, ben ik totaal met je eens. We hebben allemaal vooruitgang geboekt en dit is een goede opmerking van je. Ook onderbouw je heel goed waarom deze cursus een positief effect op je gehad heeft en waarom je het anderen zou aanraden.
Ik baal er verschrikkelijk van dat ik het laatste werkcollege migraine had want ik had dat biertje achteraf eigenlijk niet willen missen!
Groetjes Arriën, a.k.a. Arie
zondag 2 november 2008
donderdag 30 oktober 2008
Week 7 - Slotevaluatie
Men zegt altijd dat het snel is gegaan aan het einde. Aan het begin heb je acht weken voor je, aan het eind heb je acht weken achter je. In het begin zie je tegen dingen op, aan het eind kijk je op dingen neer. Zo kan ik door blijven gaan, maar wat nu belangrijk is dat ik doorheb wat ik geleerd heb deze weken.
Ten eerste zal ik eerst eens vertellen waarom ik dit vak heb gekozen. Dit had men misschien eerder verwacht in een artikel, vrijwel al gelijk in de eerste week, maar ik ben van mening dat het pas hier tot recht komt. Er zijn een aantal redenen waarom ik dit vak heb willen volgen.
Ten eerste vond, en vind, ik de mediavakken binnen mijn studie, Communicatie- en Informatiewetenschappen, het leukst. Het actuele debat rond media leek mij daarom een interessant domein. Hiervan zou ik kunnen leren over nieuwe media en de ethische problemen die zij met zich meebrengen. Ten tweede sprak vooral het woord ‘debat’ mij aan. Ik ben een persoon die met iedereen in conclaaf kan gaan over wat voor soort onderwerp, maar een echt krachtige en sterke debateerder ben ik niet. Ik zag dit vak als een goede oefening en cursus om mijn discussievaardigheden te verbeteren. Ten derde zou ik dit vak gaan volgen met allemaal bekenden van mijn studie. Toch kwam ik bij bijna allemaal nieuwe mensen in de werkgroep. Ik vind dit totaal niet jammer.
Nu kan ik mij drie vragen stellen die mij een antwoord geven of ik daadwerkelijk wat aan de cursus heb gehad. Heb ik meer geleerd over de nieuwe media en de vraagstukken die zij met zich mee brengen? Het antwoord is overduidelijk positief. Ik heb meer geleerd over vijf verschillende onderwerpen waaronder ook onderwerpen waarin ik van tevoren ook zeer geïnteresseerd was, zoals virtuele werelden en games. Ik ben ook kritischer gaan kijken naar bepaalde aspecten binnen het domein van de nieuwe media. Het laatste thema over de Islam en de media heeft voor mij veel verborgenheden aan het licht gebracht en mijn visie erop deels veranderd en genuanceerd.
Ben ik ook beter gaan debatteren? Ook op deze vraag kan ik positief antwoorden. Ik heb gezien dat het niet alleen maar gaat om de inhoud. Vanuit een idealisme had ik het idee dat het juist alleen moest gaan om de inhoud, maar zoals uit de praktijk van onze debatten blijkt is er ook sprake van andere aspecten zoals lichaamstaal en presentatie. Specifieke punten, al zijn ze maar klein, dragen samen bij aan een geheel. Dit geheel wordt beoordeeld. Ik ben dus naast argumentatie en inhoud ook gaan letten op mijn lichamelijke bijdrage en mijn spreekvaardigheden e.d. waardoor ik mijzelf een betere debateerder vind dan voorheen.
De laatste vraag die mij rust te stellen is de vraag of ik het naar mijn zin heb gehad. Dit is eigenlijk misschien wel de belangrijkste vraag. Ik antwoord met het volgende: Mijn docente was sympathiek en behulpzaam. Ze heeft goed bijgedragen aan mijn vooruitgang. Daarnaast heb ik ook wat te danken aan mijn werkgroepgenoten. Het waren slimme, leergierige, enthousiaste mensen waarmee ik, ondanks dat het onder ‘schoolse activiteiten’ valt, nooit met tegenzin in de werkcolleges heb gezeten. Elke dinsdag moest ik om zeven uur opstaan om naar het hoorcollege te komen, en zelfs dit deed ik niet met tegenzin! Daarom wil ik deze cursus dan ook aanraden voor iedere medestudent.
Ten eerste zal ik eerst eens vertellen waarom ik dit vak heb gekozen. Dit had men misschien eerder verwacht in een artikel, vrijwel al gelijk in de eerste week, maar ik ben van mening dat het pas hier tot recht komt. Er zijn een aantal redenen waarom ik dit vak heb willen volgen.
Ten eerste vond, en vind, ik de mediavakken binnen mijn studie, Communicatie- en Informatiewetenschappen, het leukst. Het actuele debat rond media leek mij daarom een interessant domein. Hiervan zou ik kunnen leren over nieuwe media en de ethische problemen die zij met zich meebrengen. Ten tweede sprak vooral het woord ‘debat’ mij aan. Ik ben een persoon die met iedereen in conclaaf kan gaan over wat voor soort onderwerp, maar een echt krachtige en sterke debateerder ben ik niet. Ik zag dit vak als een goede oefening en cursus om mijn discussievaardigheden te verbeteren. Ten derde zou ik dit vak gaan volgen met allemaal bekenden van mijn studie. Toch kwam ik bij bijna allemaal nieuwe mensen in de werkgroep. Ik vind dit totaal niet jammer.
Nu kan ik mij drie vragen stellen die mij een antwoord geven of ik daadwerkelijk wat aan de cursus heb gehad. Heb ik meer geleerd over de nieuwe media en de vraagstukken die zij met zich mee brengen? Het antwoord is overduidelijk positief. Ik heb meer geleerd over vijf verschillende onderwerpen waaronder ook onderwerpen waarin ik van tevoren ook zeer geïnteresseerd was, zoals virtuele werelden en games. Ik ben ook kritischer gaan kijken naar bepaalde aspecten binnen het domein van de nieuwe media. Het laatste thema over de Islam en de media heeft voor mij veel verborgenheden aan het licht gebracht en mijn visie erop deels veranderd en genuanceerd.
Ben ik ook beter gaan debatteren? Ook op deze vraag kan ik positief antwoorden. Ik heb gezien dat het niet alleen maar gaat om de inhoud. Vanuit een idealisme had ik het idee dat het juist alleen moest gaan om de inhoud, maar zoals uit de praktijk van onze debatten blijkt is er ook sprake van andere aspecten zoals lichaamstaal en presentatie. Specifieke punten, al zijn ze maar klein, dragen samen bij aan een geheel. Dit geheel wordt beoordeeld. Ik ben dus naast argumentatie en inhoud ook gaan letten op mijn lichamelijke bijdrage en mijn spreekvaardigheden e.d. waardoor ik mijzelf een betere debateerder vind dan voorheen.
De laatste vraag die mij rust te stellen is de vraag of ik het naar mijn zin heb gehad. Dit is eigenlijk misschien wel de belangrijkste vraag. Ik antwoord met het volgende: Mijn docente was sympathiek en behulpzaam. Ze heeft goed bijgedragen aan mijn vooruitgang. Daarnaast heb ik ook wat te danken aan mijn werkgroepgenoten. Het waren slimme, leergierige, enthousiaste mensen waarmee ik, ondanks dat het onder ‘schoolse activiteiten’ valt, nooit met tegenzin in de werkcolleges heb gezeten. Elke dinsdag moest ik om zeven uur opstaan om naar het hoorcollege te komen, en zelfs dit deed ik niet met tegenzin! Daarom wil ik deze cursus dan ook aanraden voor iedere medestudent. Week 7 - Einddebat
De zevende dinsdag van de periode zou de dag zijn van het einddebat. Alle drie de werkgroepen zouden samenkomen om in groepjes stellingen te verdedigen of aan te vallen en daarmee laten zien wat ze in de afgelopen weken hebben geleerd. Een spannend moment dus. Alhoewel iedereen er rustig en voorbereid uitzag, rees bij mij de vraag op over hoe ik het er vanaf zou brengen.
De eerste ronde zou bestaan uit vier debatten. Elk debat bestond uit een korte inleiding door de twee voorzitters, één a twee minuten om een standpunt met argumenten in te nemen door de partij voor, en één a twee minuten voor de partij die tegen was om hetzelfde te doen, en zes minuten open debat waarna de voorzitters de besproken punten zouden opsommen en een conclusie zouden trekken.
Het eerste debat behandelde de dominantie van digitale televisie. Betrokken bij dit debat waren natuurlijk twee groepen en twee voorzitters. De mensen uit één van deze groepen zagen er net gekleed uit. Ik vond dit een positieve bijdrage aan de presentatie van deze groep. Tijdens het debat zelf vond ik hen, ondanks goede argumenten, echter opdringerig en zelfs lichtelijk agressief overkomen. Vervolgens lachten zij om argument tegen hen omdat het onderbouwd werd door een bron die dateerde uit 1994.
De tegenpartij, groepsgenoten uit mijn werkgroep, oogden rustig en lieten zich niet intimideren. Hun standpunt was solide door de stevige argumenten.
Het tweede debat ging over de bijdrage van geenstijl.nl aan de vorming van het beeld dat men binnen Nederland heeft van de moslim. De inleidende spreker, Gerard, van de groep die voor de stelling was, sprak heel erg aangenaam en was zeer goed te volgen. De argumenten die zij aanhaalden, kwamen iets minder sterk over dan de argumenten van de tegenpartij. De tegenpartij bleek iets feller en oogden iets fanatieker.
De derde discussieronde behandelde een stelling over het wel of niet afschaffen van het auteursrecht. Ik was lid van het groepje dat voor de afschaffing was. Ten eerste wil nu alvast kritiek leveren op degene die de stelling had gemaakt. Je kan niet helemaal tegen de afschaffing van het auteursrecht zijn zonder dat er een vervanging van handhaving is. Dat zou hetzelfde zijn als dat men tegen artiesten, schrijvers, wetenschappers, enz., zou zeggen dat ze maar aan het werk moesten gaan en het dan voor niks met ons zouden moeten delen. De stelling had dus moeten worden genuanceerd; De manier waarop het auteursrecht wordt gebruikt, en de handhaving ervan, moet worden afgeschaft. Dit was precies wat ik wilde doen in de inleiding die ik gaf, waarin ik ook nog eens even hetgeen wat ik wilde zeggen kwijt was, maar de tegenpartij had dit totaal niet verwacht en verweet mij en mijn groep meteen dat we ons niet aan de stelling hadden gehouden en dat we ook tegen de afschaffing waren. Vervolgens poogden wij duidelijk te maken dat de manier waarop men Peer 2 peer gebruikt, juist hetgeen wat belangrijk is in deze kwestie buitenspel zet; de artiest. Daar zijn oplossingen voor. De tegenpartij reageerde fel door weer te zeggen dat we het dus met hun eens waren. Dat waren we dus niet. En toen was de tijd voorbij.
Het vierde debat ging over e-learning en educatie via games. Een groep was tegen deze vorm van educatie, en de andere was dus voor het inzetten van games in het onderwijs. Hierin vond ik de groep die tegen was veel sterker. Hun hoofdspreker haalde goede argumenten en voorbeelden aan, en nuanceerde hun standpunt door te zeggen dat er een potentie is, maar dat de games zelf nog niet dusdanig zijn ontwikkeld, dat het een positief effect zou kunnen hebben. De leden van de groep die voor de stelling was, waren veel te fel en haalde, naast veel goede, ook een verschrikkelijk slecht argument aan. Zo beweerde een groepslid dat het spel Medal of Honor een bijdrage zou leveren aan hoe een kind tegen de gebeurtenissen in de tweede wereldoorlog aan zou kijken. Ik ken het spel, ik heb het veel gespeeld. Het gaat hier niet om een kind te leren over hoe de oorlog geweest is. Het is puur gemaakt voor vermaak; je speelt een soldaat die samen met andere soldaten missies moet doen door vijanden uit te schakelen en bommen te plaatsen e.d..
Het werd tijd voor pauze en in deze pauze zou iedereen zijn stem mogen inleveren en zouden ze worden geteld. De uitslagen sloegen weinig tot nergens op vanuit mijn perspectief. Wat ten eerste opviel was dat er geen enkele groep uit onze werkgroep doorging, zelfs de voorzitters niet. We vonden voor dat we aan het debat begonnen dat wij wel telkens de moeilijke kant van de stellingen moesten verdedigen, en deze uitslag zou dit maar weer bevestigen. Vooral de werkgroepgenoten die in het eerste debat hadden gediscussieerd, waren beter dan de groep waar zij tegen hadden gedebatteerd. In de vierde discussieronde was de groep die tegen was geweest ook veel beter uit de verf gekomen naar mijn mening. Ondanks alles waren zij toch uitgeschakeld.
De halve finales en finales werden inhoudelijk misschien wel beter, maar ik begon me lichtelijk te ergeren aan het overmatige brongebruik van de debatanten. Als een persoon een argument naar voren bracht aan de hand van een onderzoek, wat volkomen standaard bleek te zijn, bracht een tweede persoon die het niet eens was met dit argument bijna automatisch dezelfde vormen van zinnen naar voren; ‘ik wil even inhaken op wat je net zei. Ik heb hier een onderzoek van … dat juist zegt dat …’. De groep die uiteindelijk gewonnen had, gebruikte juist het minst dit soort zinnen waardoor ze ook eigen inbreng en gedachten gebruikten om de tegenstanders te overtuigen. Dat is ook de hoofdreden geweest waarom ik op hen gestemd heb.
Dit artikel sluit ik af met een aantal positieve en, misschien wel veel meer, negatieve punten van het einddebat. Wat ik er vooral positief aan vond was het volgende:
- Denk goed na. Als je tactloos ergens op reageert, kan dit best leuk zijn, maar soms ook echt niet.
- Pas je aan. Het is niet erg om je standpunt of een argument iets te nuanceren. Daar zijn discussies immers voor.
- Gebruik humor. Door te lachen neemt de druk van de serieusheid van een gesprek af.
Negatieve punten waren er genoeg. Ondanks dat ik veel geleerd heb, heb ik ook veel gezien waar ik het niet mee eens was of wat ik niet goed kon waarderen. Negatieve punten waren:
-Blijf rustig. Als je als een maniak op je spiekblad gaat slaan of je wijst met gespannen armen naar je tegenstander, kan dit erg agressief overkomen.
-Lach je tegenstander niet uit. Een oude bron is misschien oud, maar dat zegt niets over de waarde van de bron. Wel verteld het lachen iets over de respectloosheid van jou voor je tegenstander.
-Pretendeer niet dat je tegenstander iets zegt als hij het niet zegt. Ik werd persoonlijk gek van een tegenstander die mij verweet het eens te zijn met wat hij zei, terwijl ik dit niet was. Hij wilde niet eens kritisch naar mij luisteren had ik het gevoel. Dit was echt niet bevorderlijk voor het debat.
-Probeer daarom ook niet alleen je gelijk te halen. Vanuit een idealistisch beeld moet je het debat zien als een manier waarop men tot een eventuele oplossing kan komen. Iedereen kan gelijk hebben en er dus iets aan bijdragen.
-Beoordeel het debat eerlijk. Het is moeilijk om objectief te blijven, maar je stem moet onderbouwt worden door goede argumenten, en niet ‘omdat iemand zo’n leuke trui aan heeft.’
De eerste ronde zou bestaan uit vier debatten. Elk debat bestond uit een korte inleiding door de twee voorzitters, één a twee minuten om een standpunt met argumenten in te nemen door de partij voor, en één a twee minuten voor de partij die tegen was om hetzelfde te doen, en zes minuten open debat waarna de voorzitters de besproken punten zouden opsommen en een conclusie zouden trekken.
Het eerste debat behandelde de dominantie van digitale televisie. Betrokken bij dit debat waren natuurlijk twee groepen en twee voorzitters. De mensen uit één van deze groepen zagen er net gekleed uit. Ik vond dit een positieve bijdrage aan de presentatie van deze groep. Tijdens het debat zelf vond ik hen, ondanks goede argumenten, echter opdringerig en zelfs lichtelijk agressief overkomen. Vervolgens lachten zij om argument tegen hen omdat het onderbouwd werd door een bron die dateerde uit 1994.
De tegenpartij, groepsgenoten uit mijn werkgroep, oogden rustig en lieten zich niet intimideren. Hun standpunt was solide door de stevige argumenten.
Het tweede debat ging over de bijdrage van geenstijl.nl aan de vorming van het beeld dat men binnen Nederland heeft van de moslim. De inleidende spreker, Gerard, van de groep die voor de stelling was, sprak heel erg aangenaam en was zeer goed te volgen. De argumenten die zij aanhaalden, kwamen iets minder sterk over dan de argumenten van de tegenpartij. De tegenpartij bleek iets feller en oogden iets fanatieker.
De derde discussieronde behandelde een stelling over het wel of niet afschaffen van het auteursrecht. Ik was lid van het groepje dat voor de afschaffing was. Ten eerste wil nu alvast kritiek leveren op degene die de stelling had gemaakt. Je kan niet helemaal tegen de afschaffing van het auteursrecht zijn zonder dat er een vervanging van handhaving is. Dat zou hetzelfde zijn als dat men tegen artiesten, schrijvers, wetenschappers, enz., zou zeggen dat ze maar aan het werk moesten gaan en het dan voor niks met ons zouden moeten delen. De stelling had dus moeten worden genuanceerd; De manier waarop het auteursrecht wordt gebruikt, en de handhaving ervan, moet worden afgeschaft. Dit was precies wat ik wilde doen in de inleiding die ik gaf, waarin ik ook nog eens even hetgeen wat ik wilde zeggen kwijt was, maar de tegenpartij had dit totaal niet verwacht en verweet mij en mijn groep meteen dat we ons niet aan de stelling hadden gehouden en dat we ook tegen de afschaffing waren. Vervolgens poogden wij duidelijk te maken dat de manier waarop men Peer 2 peer gebruikt, juist hetgeen wat belangrijk is in deze kwestie buitenspel zet; de artiest. Daar zijn oplossingen voor. De tegenpartij reageerde fel door weer te zeggen dat we het dus met hun eens waren. Dat waren we dus niet. En toen was de tijd voorbij.
Het vierde debat ging over e-learning en educatie via games. Een groep was tegen deze vorm van educatie, en de andere was dus voor het inzetten van games in het onderwijs. Hierin vond ik de groep die tegen was veel sterker. Hun hoofdspreker haalde goede argumenten en voorbeelden aan, en nuanceerde hun standpunt door te zeggen dat er een potentie is, maar dat de games zelf nog niet dusdanig zijn ontwikkeld, dat het een positief effect zou kunnen hebben. De leden van de groep die voor de stelling was, waren veel te fel en haalde, naast veel goede, ook een verschrikkelijk slecht argument aan. Zo beweerde een groepslid dat het spel Medal of Honor een bijdrage zou leveren aan hoe een kind tegen de gebeurtenissen in de tweede wereldoorlog aan zou kijken. Ik ken het spel, ik heb het veel gespeeld. Het gaat hier niet om een kind te leren over hoe de oorlog geweest is. Het is puur gemaakt voor vermaak; je speelt een soldaat die samen met andere soldaten missies moet doen door vijanden uit te schakelen en bommen te plaatsen e.d..
Het werd tijd voor pauze en in deze pauze zou iedereen zijn stem mogen inleveren en zouden ze worden geteld. De uitslagen sloegen weinig tot nergens op vanuit mijn perspectief. Wat ten eerste opviel was dat er geen enkele groep uit onze werkgroep doorging, zelfs de voorzitters niet. We vonden voor dat we aan het debat begonnen dat wij wel telkens de moeilijke kant van de stellingen moesten verdedigen, en deze uitslag zou dit maar weer bevestigen. Vooral de werkgroepgenoten die in het eerste debat hadden gediscussieerd, waren beter dan de groep waar zij tegen hadden gedebatteerd. In de vierde discussieronde was de groep die tegen was geweest ook veel beter uit de verf gekomen naar mijn mening. Ondanks alles waren zij toch uitgeschakeld.
De halve finales en finales werden inhoudelijk misschien wel beter, maar ik begon me lichtelijk te ergeren aan het overmatige brongebruik van de debatanten. Als een persoon een argument naar voren bracht aan de hand van een onderzoek, wat volkomen standaard bleek te zijn, bracht een tweede persoon die het niet eens was met dit argument bijna automatisch dezelfde vormen van zinnen naar voren; ‘ik wil even inhaken op wat je net zei. Ik heb hier een onderzoek van … dat juist zegt dat …’. De groep die uiteindelijk gewonnen had, gebruikte juist het minst dit soort zinnen waardoor ze ook eigen inbreng en gedachten gebruikten om de tegenstanders te overtuigen. Dat is ook de hoofdreden geweest waarom ik op hen gestemd heb.Dit artikel sluit ik af met een aantal positieve en, misschien wel veel meer, negatieve punten van het einddebat. Wat ik er vooral positief aan vond was het volgende:
- Denk goed na. Als je tactloos ergens op reageert, kan dit best leuk zijn, maar soms ook echt niet.
- Pas je aan. Het is niet erg om je standpunt of een argument iets te nuanceren. Daar zijn discussies immers voor.
- Gebruik humor. Door te lachen neemt de druk van de serieusheid van een gesprek af.
Negatieve punten waren er genoeg. Ondanks dat ik veel geleerd heb, heb ik ook veel gezien waar ik het niet mee eens was of wat ik niet goed kon waarderen. Negatieve punten waren:
-Blijf rustig. Als je als een maniak op je spiekblad gaat slaan of je wijst met gespannen armen naar je tegenstander, kan dit erg agressief overkomen.
-Lach je tegenstander niet uit. Een oude bron is misschien oud, maar dat zegt niets over de waarde van de bron. Wel verteld het lachen iets over de respectloosheid van jou voor je tegenstander.
-Pretendeer niet dat je tegenstander iets zegt als hij het niet zegt. Ik werd persoonlijk gek van een tegenstander die mij verweet het eens te zijn met wat hij zei, terwijl ik dit niet was. Hij wilde niet eens kritisch naar mij luisteren had ik het gevoel. Dit was echt niet bevorderlijk voor het debat.
-Probeer daarom ook niet alleen je gelijk te halen. Vanuit een idealistisch beeld moet je het debat zien als een manier waarop men tot een eventuele oplossing kan komen. Iedereen kan gelijk hebben en er dus iets aan bijdragen.
-Beoordeel het debat eerlijk. Het is moeilijk om objectief te blijven, maar je stem moet onderbouwt worden door goede argumenten, en niet ‘omdat iemand zo’n leuke trui aan heeft.’
i
i
Bron plaatje:
i
Week 6 - Objectiviteit van de krant
Voor het werkcollege van week 6 moesten wij een stelling bekijken op een speciaal gemaakte weblog voor dit werkcollege. De informatie was te vinden op w3spoel.blogspot.com. Deze site bevat onder andere een aantal artikelen over de Deense cartoontekenaar die spot met de islam volgens de moslimwereld, onderzoek naar Iranese bloggers en een in het Arabisch geschreven artikel over de Iranese leiders Ali Khamenei. Daarnaast stonden de stelling en de onderbouwing ervan op de site.
De artikelen op de weblog bleken geschreven te zijn door een Iranese vrouw die verdacht veel leek op debat organisatrice Iris van der Spoel. Er was ook een band van Iranese vlaggen te zien die aannemelijk duiden op de vaderlandse instellingen van de deze Iranese vrouw.
Thomas, Jenny en Iris vertelden ons ter inleiding van het debat dat ze deze site niet voor niets hadden aangemaakt. Het was de bedoeling geweest ons duidelijk te maken hoe een Iranees blog eruit zou zien. Hiermee wilden ze het verband leggen tussen het debat en de gelezen tekst van deze week van Makarian over het mediagebruik in Iran onder vrouwen.
Zoals ik al geschreven heb in mijn artikel over het hoorcollege, zijn er een aantal zaken die niet mogen worden besproken in Iran. Leiderschap en Geloof zijn daar twee aspecten van. Wat de Deense cartoonist doet; het belachelijk maken van Khamenei, wordt veracht door de Iranese bevolking. Vandaar dat de organisatoren van het debat dit aanhaalden in een artikel op hun blog.
Maar is omdat Iranese bloggers toch behoefte hebben bepaalde onderwerpen te bespreken doen zij dit dus door middel van weblogs. Hier komt een vraag naar boven. Het is wel duidelijk dat mensen die blogs bijhouden een onderwerp vanuit een ander perspectief belichten. Kranten en andere vormen van traditionele media schrijven ook op hun eigen manier. Maar hoe zit het met objectiviteit en de bepalingen vanuit perspectieven? Vandaar dat de organisatie voor het vijfde debat over moslims en media de volgende stellingen bedachten:
‘Nieuwe interactieve media (onafhankelijke nieuwssites, fora, weblogs) geven gezamenlijk een objectiever beeld van de Islamitische gemeenschap in Nederland dan traditionele media.’
Qua opzet zag het debat er als volgt uit: Er waren twee groepen, een voor de stelling en een tegen de stelling. De groepen kregen ongeveer drie minuten om zich te overleggen welke argumenten er naar voren gebracht moesten worden in de inleiding. Daarbij wezen beide groepen een groepshoofd aan. Vervolgens werd het debat ingeleid door groep vijf en werden de regels voor het debat geëxpliciteerd. De hoofden vertelden vervolgens elk hun argumenten die zij met hun groep vertegenwoordigden. Hierop volgde een open debat geleid door de leden van groep vijf die allen een voorzittersrol aannamen.
Bij de tegenpartij, die eveneens tegen waren, waren vooral Gerard en Meike aan het woord. Ze haalden een boek als bron aan, om te zeggen dat kranten objectiever schrijven. Wat achteraf heel dom van ons was, bleek dat dit boek juist zei dat kranten niet objectief zijn. Alleen niemand kende het boek en daarvoor werd er niets over gezegd. Maar dit terzijde.
In mijn groep zaten Thomas (van Doorn), Tim, Mickey, Martin, David en ik. Iedereen is aan het woord geweest en ik vond dat iedereen nuttige bijdrage heeft geleverd. Zo vond Mickey dat het geheel van alle blogs juist meer aan de orde brengt dan alleen de kranten, en dat dit bij zou dragen aan de objectiviteit. Ik vond dat kranten uit een soort van idealistisch perspectief pretenderen dat ze objectief schrijven maar dat dit in de realiteit niet zo is. Achteraf bleek dat er niet een groep werd aangewezen als winnaar, maar een persoon. Dit bleek Carolien te zijn. Ze werd positief beoordeeld op haar manier van spreken en op de sterke inhoudelijke bijdrage die ze had gedaan voor het debat.
Er werden een paar positieve en negatieve punten opgemerkt door Robert en Jenneffer. Robert vertelde dat hij het heel fijn vond om naar sommige mensen te luisteren. Jenneffer vond dat sommige mensen wel wat actiever mee mochten doen. Dit had ze afgeleid aan de houdingen van de personen. Ik kreeg een positief puntje voor mijn verhaal maar omdat ik halverwege niet meer wist wat ik wilde zeggen, had ik niet zo bij de pakken neer moeten gaan zitten.
Door de kritiek van Robert en Jenneffer, het beoordelingsgesprek na het debat en mijn eigen nuanceringen, kom ik op de volgende positieve en negatieve evaluatiepunten:
- Let op je lichaam. Als je achteruitgezakt op je stoel gaat liggen, oogt dit niet echt actief.
- Denk na voordat je wat zegt. Als je het niet meer weet, maak je uiteindelijk ook geen punt. Bereid je dus voor.
- Gebruik bronnen, en wel zo dat ze je standpunt bevestigen ondanks dat ze juist bedoeld zijn om dit niet te doen.
- Let op de voorzitters. Alles gaat via hen.
Deze punten, samen met de grondregels en de punten die ik in vorige verslagen heb aangestippeld, zijn erg belangrijk voor het debat van volgende week dinsdag. Tezamen vormen zij een goede basis voor een spreker in een debat.
De artikelen op de weblog bleken geschreven te zijn door een Iranese vrouw die verdacht veel leek op debat organisatrice Iris van der Spoel. Er was ook een band van Iranese vlaggen te zien die aannemelijk duiden op de vaderlandse instellingen van de deze Iranese vrouw.
Thomas, Jenny en Iris vertelden ons ter inleiding van het debat dat ze deze site niet voor niets hadden aangemaakt. Het was de bedoeling geweest ons duidelijk te maken hoe een Iranees blog eruit zou zien. Hiermee wilden ze het verband leggen tussen het debat en de gelezen tekst van deze week van Makarian over het mediagebruik in Iran onder vrouwen.
Zoals ik al geschreven heb in mijn artikel over het hoorcollege, zijn er een aantal zaken die niet mogen worden besproken in Iran. Leiderschap en Geloof zijn daar twee aspecten van. Wat de Deense cartoonist doet; het belachelijk maken van Khamenei, wordt veracht door de Iranese bevolking. Vandaar dat de organisatoren van het debat dit aanhaalden in een artikel op hun blog.
Maar is omdat Iranese bloggers toch behoefte hebben bepaalde onderwerpen te bespreken doen zij dit dus door middel van weblogs. Hier komt een vraag naar boven. Het is wel duidelijk dat mensen die blogs bijhouden een onderwerp vanuit een ander perspectief belichten. Kranten en andere vormen van traditionele media schrijven ook op hun eigen manier. Maar hoe zit het met objectiviteit en de bepalingen vanuit perspectieven? Vandaar dat de organisatie voor het vijfde debat over moslims en media de volgende stellingen bedachten:
‘Nieuwe interactieve media (onafhankelijke nieuwssites, fora, weblogs) geven gezamenlijk een objectiever beeld van de Islamitische gemeenschap in Nederland dan traditionele media.’
Qua opzet zag het debat er als volgt uit: Er waren twee groepen, een voor de stelling en een tegen de stelling. De groepen kregen ongeveer drie minuten om zich te overleggen welke argumenten er naar voren gebracht moesten worden in de inleiding. Daarbij wezen beide groepen een groepshoofd aan. Vervolgens werd het debat ingeleid door groep vijf en werden de regels voor het debat geëxpliciteerd. De hoofden vertelden vervolgens elk hun argumenten die zij met hun groep vertegenwoordigden. Hierop volgde een open debat geleid door de leden van groep vijf die allen een voorzittersrol aannamen.
Bij de tegenpartij, die eveneens tegen waren, waren vooral Gerard en Meike aan het woord. Ze haalden een boek als bron aan, om te zeggen dat kranten objectiever schrijven. Wat achteraf heel dom van ons was, bleek dat dit boek juist zei dat kranten niet objectief zijn. Alleen niemand kende het boek en daarvoor werd er niets over gezegd. Maar dit terzijde.
In mijn groep zaten Thomas (van Doorn), Tim, Mickey, Martin, David en ik. Iedereen is aan het woord geweest en ik vond dat iedereen nuttige bijdrage heeft geleverd. Zo vond Mickey dat het geheel van alle blogs juist meer aan de orde brengt dan alleen de kranten, en dat dit bij zou dragen aan de objectiviteit. Ik vond dat kranten uit een soort van idealistisch perspectief pretenderen dat ze objectief schrijven maar dat dit in de realiteit niet zo is. Achteraf bleek dat er niet een groep werd aangewezen als winnaar, maar een persoon. Dit bleek Carolien te zijn. Ze werd positief beoordeeld op haar manier van spreken en op de sterke inhoudelijke bijdrage die ze had gedaan voor het debat.
Er werden een paar positieve en negatieve punten opgemerkt door Robert en Jenneffer. Robert vertelde dat hij het heel fijn vond om naar sommige mensen te luisteren. Jenneffer vond dat sommige mensen wel wat actiever mee mochten doen. Dit had ze afgeleid aan de houdingen van de personen. Ik kreeg een positief puntje voor mijn verhaal maar omdat ik halverwege niet meer wist wat ik wilde zeggen, had ik niet zo bij de pakken neer moeten gaan zitten.
Door de kritiek van Robert en Jenneffer, het beoordelingsgesprek na het debat en mijn eigen nuanceringen, kom ik op de volgende positieve en negatieve evaluatiepunten:
- Let op je lichaam. Als je achteruitgezakt op je stoel gaat liggen, oogt dit niet echt actief.
- Denk na voordat je wat zegt. Als je het niet meer weet, maak je uiteindelijk ook geen punt. Bereid je dus voor.
- Gebruik bronnen, en wel zo dat ze je standpunt bevestigen ondanks dat ze juist bedoeld zijn om dit niet te doen.
- Let op de voorzitters. Alles gaat via hen.
Deze punten, samen met de grondregels en de punten die ik in vorige verslagen heb aangestippeld, zijn erg belangrijk voor het debat van volgende week dinsdag. Tezamen vormen zij een goede basis voor een spreker in een debat.
Week 6 - Hoorcollege
Het laatste hoorcollege was Madelon Stokman bij ons te gast. Ze kwam ons informeren over de Islam en de media. Stokman werkt voor de NIO, de Nederlands Islamitische Omroep. De NIO biedt de informatie over nieuwsontwikkelingen die van belang zijn voor de moslims maar ook voor de niet-moslims in Nederland die geïnteresseerd zijn in nieuws(ontwikkelingen) over de islam of de moslimgemeenschap. Centraal in dit gastcollege stond de veranderde terminologie en groepsvorming over moslims in Nederland.
“NIJMEGEN - De Marokkaanse jongeren in Nijmegen vinden het onterecht dat zij als groep worden aangesproken wanneer er problemen zijn, bijvoorbeeld met hangjongeren. "Iedereen wordt over een kam geschoren en dat is stigmatiserend", zei een woordvoerder van de Marokkaanse koepelorganisatie Tadamon dinsdagavond."De jongeren vinden dat de problemen per individu moeten worden opgelost. Ze willen dat de echte raddraaiers eruit worden gepikt door de politie en dat er voor degenen die iets van hun leven willen maken, individuele begeleiding naar werk en scholing komt." (Gelderlander.nl)
Zo ontstaan er onenigheden tussen de Nederlanders en Moslims in Nederland. Dit heeft grote gevolgen op de samenleving. Termen wisselen elkaar af. Allochtoon werd vervangen door Moslim door de aanslagen in 2001. Stokman is van mening dat het niet zozeer de terminologie is, maar juist het beeld wat men creëert bij deze termen. Degene die allochtoon schrijft is niet degene die allochtoon leest en interpreteert. Ze legt hierbij de schuld van de onenigheden bij de journalisten. Verkeerde terminologie kan zorgen voor verkeerd interpretaties en dit zorgt voor verkeerde beelden. Daardoor worden prototypen gecreëerd en dit zijn vaak negatieve voorbeelden. Dit zorgt er ook voor dat groepen naar elkaar toe trekken. Marokkanen die voorheen niet met elkaar omgingen, zoeken elkaar op en de Nederlanders geven eerder de Marokkaan de schuld. Niet elke moslim is een crimineel. Het kaf moet van het koren worden gescheiden. Toch gooit men al snel alles op een hoop. Het denken vanuit zo’n perspectief noemt Stokman het Wij en Zij denken.
Markarian beschrijft in haar artikel ‘Religion, Iranian Women’s Blogging and the Promise of Democratic Change in Iran’ over hoe weblogs een basisfunctie krijgen in het overbrengen van de boodschap van de Iraanse vrouw. De weblogs worden gebruikt door en voor vrouwen om zo de beperkte vrijheid van meningsuiting in Iran te omzeilen. Deze weblogs hebben bijgedragen in de ontwikkeling van het feminisme in Iran. “For educated young Iranian women, cyberspace is a liberating territory of one’s own - a place to resist a traditionally imposed subordinate identity while providing a break from pervasive Islamic restrictions in the public physical space. The virtual nature of the internet-the structure of interconnection in cyberspace that draws participants into ongoing discourses on issues of feminism, patriarchy, and gender politics, and the textual process of self-expression without the prohibition or limitation of physical space-offers new possibilities for women’s agency and empowerment”.
Stokman betrekt ook de Arabische wereld in haar betoog. Daardoor verteld ze eigenlijk twee verhalen. De media in de westerse wereld zijn zeer belangrijk voor het verspreiden van boodschappen. Ook zijn ze talrijk. Iedereen mag er gebruik van maken en de toegang is vrij.
‘The historical investigation of the women’s movement in Iran illustrates the fact that dictatorial of authoritarian nature of controlling regimes has been an obstacle against independent organization of women’s groups.’
Hieruit blijkt dat in landen zoals Iran dit niet zo is. Bovendien geldt er in die landen geen vrijheid van meningsuiting. Zo is bloggen in dit land een gevaarlijk iets. Bepaalde onderwerpen mogen niet besproken worden. Bepaalde instanties hebben een alleenrecht op media en verkondigen dan ook alleen hun boodschap. In Nederland moet er juist gekeken worden naar welke bronnen er achter welke tekst zitten. Omdat er zoveel verschillende perspectieven gebruikt worden is het moeilijk om in te zien waarom wie wat zegt en ontstaan er al snel slechte opvattingen die ongegrond zijn.
Zo blijkt dat men niet automatisch kan aannemen dat een artikel objectief is. Men schrijft altijd vanuit een bepaald perspectief. Zo kan een Nederlandse krant een claim op de waarheid leggen, maar kunnen Iranese vrouwen dit vanuit een heel ander perspectief.
Bronnen:
Stokman, Madelon. Gastcollege. Centrum voor Informatie en Media, Universiteit Utrecht, Utrecht. 14 Oktober 2008
Markarian, Loosineh. "Religion, Iranian Women´s Blogging, and the Promise of Democratic Change in Iran." In Dialogues in Diversity conference. Sao Paulo: Universidade Methodista de Sao Paolo, 2008.
http://www.gelderlander.nl/voorpagina/nijmegen/3873233/Marokkanen-spreek-ons-niet-als-groep-aan.ece (oktober 2008)
Bron Plaatje:
“NIJMEGEN - De Marokkaanse jongeren in Nijmegen vinden het onterecht dat zij als groep worden aangesproken wanneer er problemen zijn, bijvoorbeeld met hangjongeren. "Iedereen wordt over een kam geschoren en dat is stigmatiserend", zei een woordvoerder van de Marokkaanse koepelorganisatie Tadamon dinsdagavond."De jongeren vinden dat de problemen per individu moeten worden opgelost. Ze willen dat de echte raddraaiers eruit worden gepikt door de politie en dat er voor degenen die iets van hun leven willen maken, individuele begeleiding naar werk en scholing komt." (Gelderlander.nl)
Zo ontstaan er onenigheden tussen de Nederlanders en Moslims in Nederland. Dit heeft grote gevolgen op de samenleving. Termen wisselen elkaar af. Allochtoon werd vervangen door Moslim door de aanslagen in 2001. Stokman is van mening dat het niet zozeer de terminologie is, maar juist het beeld wat men creëert bij deze termen. Degene die allochtoon schrijft is niet degene die allochtoon leest en interpreteert. Ze legt hierbij de schuld van de onenigheden bij de journalisten. Verkeerde terminologie kan zorgen voor verkeerd interpretaties en dit zorgt voor verkeerde beelden. Daardoor worden prototypen gecreëerd en dit zijn vaak negatieve voorbeelden. Dit zorgt er ook voor dat groepen naar elkaar toe trekken. Marokkanen die voorheen niet met elkaar omgingen, zoeken elkaar op en de Nederlanders geven eerder de Marokkaan de schuld. Niet elke moslim is een crimineel. Het kaf moet van het koren worden gescheiden. Toch gooit men al snel alles op een hoop. Het denken vanuit zo’n perspectief noemt Stokman het Wij en Zij denken.
Markarian beschrijft in haar artikel ‘Religion, Iranian Women’s Blogging and the Promise of Democratic Change in Iran’ over hoe weblogs een basisfunctie krijgen in het overbrengen van de boodschap van de Iraanse vrouw. De weblogs worden gebruikt door en voor vrouwen om zo de beperkte vrijheid van meningsuiting in Iran te omzeilen. Deze weblogs hebben bijgedragen in de ontwikkeling van het feminisme in Iran. “For educated young Iranian women, cyberspace is a liberating territory of one’s own - a place to resist a traditionally imposed subordinate identity while providing a break from pervasive Islamic restrictions in the public physical space. The virtual nature of the internet-the structure of interconnection in cyberspace that draws participants into ongoing discourses on issues of feminism, patriarchy, and gender politics, and the textual process of self-expression without the prohibition or limitation of physical space-offers new possibilities for women’s agency and empowerment”.Stokman betrekt ook de Arabische wereld in haar betoog. Daardoor verteld ze eigenlijk twee verhalen. De media in de westerse wereld zijn zeer belangrijk voor het verspreiden van boodschappen. Ook zijn ze talrijk. Iedereen mag er gebruik van maken en de toegang is vrij.
‘The historical investigation of the women’s movement in Iran illustrates the fact that dictatorial of authoritarian nature of controlling regimes has been an obstacle against independent organization of women’s groups.’
Hieruit blijkt dat in landen zoals Iran dit niet zo is. Bovendien geldt er in die landen geen vrijheid van meningsuiting. Zo is bloggen in dit land een gevaarlijk iets. Bepaalde onderwerpen mogen niet besproken worden. Bepaalde instanties hebben een alleenrecht op media en verkondigen dan ook alleen hun boodschap. In Nederland moet er juist gekeken worden naar welke bronnen er achter welke tekst zitten. Omdat er zoveel verschillende perspectieven gebruikt worden is het moeilijk om in te zien waarom wie wat zegt en ontstaan er al snel slechte opvattingen die ongegrond zijn.
Zo blijkt dat men niet automatisch kan aannemen dat een artikel objectief is. Men schrijft altijd vanuit een bepaald perspectief. Zo kan een Nederlandse krant een claim op de waarheid leggen, maar kunnen Iranese vrouwen dit vanuit een heel ander perspectief.
Bronnen:
Stokman, Madelon. Gastcollege. Centrum voor Informatie en Media, Universiteit Utrecht, Utrecht. 14 Oktober 2008
Markarian, Loosineh. "Religion, Iranian Women´s Blogging, and the Promise of Democratic Change in Iran." In Dialogues in Diversity conference. Sao Paulo: Universidade Methodista de Sao Paolo, 2008.
http://www.gelderlander.nl/voorpagina/nijmegen/3873233/Marokkanen-spreek-ons-niet-als-groep-aan.ece (oktober 2008)
Bron Plaatje:
http://www.tofocus.info/images/flags/iran-flag.gif (oktober 2008)
Week 5 - Gefopt!
Bijna onbegrijpelijk waren de stelling op WEBCT, gepost door groepje vier. Een belangrijk deel van het bericht zag er als volgt uit:
Bij dezen twee stellingen voor aankomende donderdag 9 oktober 2009:
Stelling1:De ontwikkeling naar web2.0 met al zijn user generated content heeft desastreuze gevolgen voor het educatieve systeem omdat e-learning op foutieve wijze wordt toegepast.
Stelling 2:Enkel door een paradigma verschuiving van de hierarchie tussen docent en student zal er uiteindelijk een ultiem synergetisch proces voordoen wat positieve gevolgen heeft op de ontwikkeling van mediawijsheid, waardoor de samenleving uiteindelijk slimmer, sneller, beter wordt.
DUS zijn jullie voor of tegen... laat het weten want In tegenstelling tot voorgaande keren willen we graag dat jullie zelf bepalen aan welke kant van het debat jullie staan. Zouden jullie tevens aan willen geven welke stelling de voorkeur heeft.
Er volgden reacties. Sommige mensen uit de werkgroep reageerden zakelijk:
stelling 1: tegen stellin 2: tegen
en sommigen iets minder zakelijk omdat ze de stelling niet goed begrepen:
Stelling 1: Tegen Stelling 2: Uhm??
totdat mensen eerlijk toegaven dat er geen snars van begrepen werd:
Kunnen jullie de stellingen iets verhelderen? Thanks!Voor zover ik er inzicht in heb:
Stelling 1: tegen Stelling 2: Uhm
Uiteindelijk bleken we gefopt te zijn door de leiders van het debat van 9 oktober. Het bleek een, naar mijn mening niet heel goed opgezet, onderzoek om te kijken of WEBCT inderdaad gebruikt werd om samen te discussiëren en tot kennis en, in dit geval, een oplossing te komen. Dit was dus niet het geval. Wel was het een goede inleiding op het daaropvolgende debat. De stelling voor dit debat luidde:
“Elektronische leersystemen zoals WebCT hebben geen toegevoegde waarde binnen het universitaire systeem.”
Er waren drie argumenten aangestippeld voor deze stelling. Ten eerste was het onderzoek een bewijs van geldigheid. Ten tweede zou de hedendaagse student nog niet klaar zijn voor het systeem. Ten derde is het systeem al achterhaald.
De opzet wat simpel en vrij. Iedereen mocht zelf uitmaken of ze voor of tegen de stelling waren. De studenten verdeelden zich onder twee groepen. Na het goed verdelen van de groep kwam ik te zitten bij de mensen die tegen de stelling waren, en dit was ook de groep van mijn keuze geweest omdat ik wel degelijk denk dat een systeem zoals WEBCT toegevoegde waarde heeft.
De argumenten die werden aangedragen van beide partijen waren sterk en gegrond. Zo vertelde Thomas dat het posten op WEBCT traag verloopt omdat mensen er niet snel op reageren. Dit is wel het geval als leerlingen programma’s zoals MSN messenger gebruiken. Als weerwoord gaf ik aan dat ik ook vakken heb gevolgd waarin men juist wel veel op elkaar reageerde, zoals bij Theorieën van de Nieuwe media. Ook vanuit idealistisch perspectief is het makkelijker een link op WEBCT te posten dan bijvoorbeeld een printje te maken voor iedereen.
Ook een belangrijk punt vond ik dat voorzitter Michiel even aanstipte dat Herz, de schrijver van het gelezen stuk, een ideaalbeeld had van dat men digitale leersystemen moet gebruiken om samen een doel te voltooien. Volgens mij moet men daarbij niet vergeten dat de doelen compleet anders zijn. Een doel in de wereld van Warcraft is een ander doel dan het halen van een vak voor school.
Bij deze stelling bleek het uiteindelijk moeilijk om niet te snel een zijweg in te slaan. Al snel werden er allerlei voorbeelden bijgehaald en bleek het domein van de discussies rondom e-learning en educatie erg groot en breed te zijn. Soms leek de discussie meer op een filosofisch gesprek. Vanuit mijn interesse vind ik dit totaal geen negatief punt. Het is juist leuk om je gedachten de vrije loop te geven. Daar komt wel bij dat men ongegronde dingen gebruikt als argument. Bronnen worden er weinig gebruikt. Dit kwam in dit debat misschien ook omdat de voorbereiding niet heeft kunnen plaatsvinden. Men wist namelijk niet dat er een nieuwe stelling zou worden geponeerd.
Bij dezen twee stellingen voor aankomende donderdag 9 oktober 2009:
Stelling1:De ontwikkeling naar web2.0 met al zijn user generated content heeft desastreuze gevolgen voor het educatieve systeem omdat e-learning op foutieve wijze wordt toegepast.
Stelling 2:Enkel door een paradigma verschuiving van de hierarchie tussen docent en student zal er uiteindelijk een ultiem synergetisch proces voordoen wat positieve gevolgen heeft op de ontwikkeling van mediawijsheid, waardoor de samenleving uiteindelijk slimmer, sneller, beter wordt.
DUS zijn jullie voor of tegen... laat het weten want In tegenstelling tot voorgaande keren willen we graag dat jullie zelf bepalen aan welke kant van het debat jullie staan. Zouden jullie tevens aan willen geven welke stelling de voorkeur heeft.
Er volgden reacties. Sommige mensen uit de werkgroep reageerden zakelijk:
stelling 1: tegen stellin 2: tegen
en sommigen iets minder zakelijk omdat ze de stelling niet goed begrepen:
Stelling 1: Tegen Stelling 2: Uhm??
totdat mensen eerlijk toegaven dat er geen snars van begrepen werd:
Kunnen jullie de stellingen iets verhelderen? Thanks!Voor zover ik er inzicht in heb:
Stelling 1: tegen Stelling 2: Uhm
Uiteindelijk bleken we gefopt te zijn door de leiders van het debat van 9 oktober. Het bleek een, naar mijn mening niet heel goed opgezet, onderzoek om te kijken of WEBCT inderdaad gebruikt werd om samen te discussiëren en tot kennis en, in dit geval, een oplossing te komen. Dit was dus niet het geval. Wel was het een goede inleiding op het daaropvolgende debat. De stelling voor dit debat luidde:
“Elektronische leersystemen zoals WebCT hebben geen toegevoegde waarde binnen het universitaire systeem.”
Er waren drie argumenten aangestippeld voor deze stelling. Ten eerste was het onderzoek een bewijs van geldigheid. Ten tweede zou de hedendaagse student nog niet klaar zijn voor het systeem. Ten derde is het systeem al achterhaald.
De opzet wat simpel en vrij. Iedereen mocht zelf uitmaken of ze voor of tegen de stelling waren. De studenten verdeelden zich onder twee groepen. Na het goed verdelen van de groep kwam ik te zitten bij de mensen die tegen de stelling waren, en dit was ook de groep van mijn keuze geweest omdat ik wel degelijk denk dat een systeem zoals WEBCT toegevoegde waarde heeft.
De argumenten die werden aangedragen van beide partijen waren sterk en gegrond. Zo vertelde Thomas dat het posten op WEBCT traag verloopt omdat mensen er niet snel op reageren. Dit is wel het geval als leerlingen programma’s zoals MSN messenger gebruiken. Als weerwoord gaf ik aan dat ik ook vakken heb gevolgd waarin men juist wel veel op elkaar reageerde, zoals bij Theorieën van de Nieuwe media. Ook vanuit idealistisch perspectief is het makkelijker een link op WEBCT te posten dan bijvoorbeeld een printje te maken voor iedereen.
Ook een belangrijk punt vond ik dat voorzitter Michiel even aanstipte dat Herz, de schrijver van het gelezen stuk, een ideaalbeeld had van dat men digitale leersystemen moet gebruiken om samen een doel te voltooien. Volgens mij moet men daarbij niet vergeten dat de doelen compleet anders zijn. Een doel in de wereld van Warcraft is een ander doel dan het halen van een vak voor school.
Bij deze stelling bleek het uiteindelijk moeilijk om niet te snel een zijweg in te slaan. Al snel werden er allerlei voorbeelden bijgehaald en bleek het domein van de discussies rondom e-learning en educatie erg groot en breed te zijn. Soms leek de discussie meer op een filosofisch gesprek. Vanuit mijn interesse vind ik dit totaal geen negatief punt. Het is juist leuk om je gedachten de vrije loop te geven. Daar komt wel bij dat men ongegronde dingen gebruikt als argument. Bronnen worden er weinig gebruikt. Dit kwam in dit debat misschien ook omdat de voorbereiding niet heeft kunnen plaatsvinden. Men wist namelijk niet dat er een nieuwe stelling zou worden geponeerd.
Week 5 - Hoorcollege en Tekst
De digitalisering boort enorm veel nieuwe mogelijkheden voor de mens aan. Een belangrijk onderdeel hiervan is de toepassingen voor het onderwijs die zich langzaam aan telkens breder en beter ontwikkelen. Er is een nieuw concept ontstaan binnen het onderwijs dat de klassieke vormen van onderwijs onder druk zet en veel discussies oproept. E-learning, Educatie door middel van games, zorgt er niet alleen voor dat leren interactiever en individueler wordt en dat jeugd mediawijzer wordt, maar tast ook de klassieke stand tussen leraar en leerling aan. Deze verschuiving brengt een aantal voordelen en een aantal nadelen met zich mee. Het is dus zaak goed na te denken tijdens het maken van keuzes binnen het onderwijs, aangezien onderwijs een van de belangrijkste fundamenten van de maatschappij is.
Erna Kotkamp en Renée Filius waren deze week te gast bij ons om te vertellen over E-learning en educatie. Beide dames zijn werkzaam bij het IVLOS, een interfacultair instituut voor lerarenopleiding, onderwijsontwikkeling en studievaardigheden. IVLOS maakt deel uit van de Universiteit Utrecht.
Volgens Rob Houwen is de missie van het IVLOS, het bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Volgens Kotkamp en Filius zijn er twee aspecten cruciaal binnen de ICT en het onderwijs. Dit is de term ‘mediawijsheid’ en de term ‘digitale didactiek’. Maar wat betekenen deze twee termen?
Mediawijsheid is het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld (Raad voor cultuur, juli 2005). Een groot gedeelte hiervan is dus hoe men met media omgaat en waarom men ze gebruikt. Digitale didactiek is de kennis en kunde met betrekking tot het gebruik van ICT bij het faciliteren van, in dit geval, het leren. Er wordt daarbij gekeken naar de bijdrage van de ICT. Faciliteert het? Verbetert het? En hoe?
Een klassiek voorbeeld van educatie via games is een spelletje van wat ik in de 3e klas (groep 5) van de basisschool altijd speelde. Omdat ik altijd snel klaar was met mijn rekenwerk, mocht ik van de meester op de computer op de gang topografie gaan oefenen. Het muispijltje had de vorm van een UFO die over bepaalde steden, dorpen, rivieren en gebergten moest vliegen. Er verscheen een naam in beeld en het was de bedoeling dan naar het juiste puntje te vliegen op de kaart. Zo werd topografie een stukje leuker en interactiever.
Tegenwoordig zijn de mogelijkheden veel groter en ingewikkelder. Een programma dat in gebruik is binnen de Universiteit van Utrecht is WEBCT. Op webct kan nieuwe stof worden verzameld en gelezen, kunnen leerlingen met elkaar in contact komen en dan bijvoorbeeld discussiëren, en kan men gebruik maken van de linkmogelijkheden om elkaar te bereiken en kennis uit te wisselen.
Binnen het IVLOS wordt hier onderzoek naar gedaan. Ze kijken naar wat de voor- en nadelen zijn van programma’s zoals WEBCT. Ze bekijken de mogelijkheden en kijken of hier ook actief gebruikt van wordt gemaakt.
Judith Herz, schrijfster van ‘Gaming the System’, vindt dit een goede functie van digitale educatiesystemen. “An online learning environment, whether an Internet-only experience or the complement to an off-line course, must give participants the tools to actively engage in the construction of their experiences. It is not enough to simply absorb the content and then reiterate it. There has to be a way for students to take the content and “run with it” by using it
in some fashion such that their fellow students can immediately benefit.” (179). Leerlingen kunnen zo elkaar bereiken en de kennis uitwisselen zonder dat men via omwegen elkaar printjes zou moeten uitreiken e.d. Dit is een van de positieve veranderingen die de digitalisering van het onderwijs teweegbrengt.
Maar Herz gaat een stap verder. Ze vindt namelijk dat gaming een voorbeeld zou moeten zijn voor het onderwijs. Binnen de virtuele wereld van een multiplayer game verenigen spelers zich om opdrachten te voltooien. Een goed voorbeeld hiervan is het ‘raiden’ binnen de MMORPG World of Warcraft. Spelers vervullen allemaal hun eigen rol om gezamenlijk het doel te bereiken en op die manier te groeien in de wereld. Volgens Herz zou dit ook zo kunnen zijn binnen het onderwijs. Leerlingen die zich verenigen om gezamenlijk kennis te vergaren. Een utopisch beeld binnen het onderwijs allicht. Maar ze onderbouwt dit met een voorbeeld: Slashdot.com bezoekers publiceren artikelen en het speciale hiervan is dat ‘Slashdot’s architecture harnesses the collective intelligence of the network to drive discussions’ (Herz 180). Als individu krijg je voor goed geschreven stukken punten die invloed hebben op hoe groot je invloed is op andermans stukken. De mate van participatie wordt beloond en dit leidt tot verbetering.
Filius bouwt dit uit met een stelling. Haar stelling was: ‘Jongeren zijn slimmer, socialer, sneller en mediawijs.’ Het was eerst zaak om de definities van slimmer, socialer en sneller te definiëren. Als parate kennis niet meer zo hoog in het vaandel staat, maar juist de snelheid en manier van handelen belangrijk zijn, wordt de jeugd volgens de studenten ook duidelijk slimmer. Als real life contact niet belangrijker is dan virtueel contact, zou de jeugd inderdaad socialer kunnen zijn. En aangezien de digitalisering alles vereenvoudigt, gaat de jeugd tegenwoordig ook sneller. Dit is natuurlijk maar de vraag omdat er geen onderscheidt wordt gemaakt tussen vormen van contact en niveaus.
Kotkamp bouwt het verhaal rondom WEBCT uit met haar stelling: ‘Onderwijs op de Universiteit loopt achter op de behoefte van de huidige generatie studenten als het gaat om ICT gebruik.’ De studenten gingen hier beter in op de stelling. WEBCT werd vergeleken met een gelijkmatig programma; Blackboard. Uiteindelijk bleek dat studenten geen baat hebben bij nieuwe mogelijkheden, maar dat zij gebruiksvriendelijkheid willen op het gebied van informatieverstrekking en discussiemogelijkheden.
Bronnen:
Herz, J.C. “Gaming the System, What Higher Education Can Learn from Multiplayer Online Worlds” Z.j. – 05-10-2008 http://net.educause.edu/-ir/library/pdf/ffpiu019.pdf
Houwen, R. “UU Ivlos” 2006. – 06-10-2008 http://www.ivlos.uu.nl/-deorganisatie/profiel/7031main.html
Kotkamp, E., Filius, R. Gastcollege ‘E-learning en Educatie’, Nieuwe Media in het Actuele Debat. Utrecht: Universiteit Utrecht, 07-10-2008.
Bron Plaatje:
http://www.jamnesia.info/file.php/1/moodle_icon/elearning_TreeOfKnowledge.jpg (oktober 2008)
Erna Kotkamp en Renée Filius waren deze week te gast bij ons om te vertellen over E-learning en educatie. Beide dames zijn werkzaam bij het IVLOS, een interfacultair instituut voor lerarenopleiding, onderwijsontwikkeling en studievaardigheden. IVLOS maakt deel uit van de Universiteit Utrecht.
Volgens Rob Houwen is de missie van het IVLOS, het bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Volgens Kotkamp en Filius zijn er twee aspecten cruciaal binnen de ICT en het onderwijs. Dit is de term ‘mediawijsheid’ en de term ‘digitale didactiek’. Maar wat betekenen deze twee termen?
Mediawijsheid is het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld (Raad voor cultuur, juli 2005). Een groot gedeelte hiervan is dus hoe men met media omgaat en waarom men ze gebruikt. Digitale didactiek is de kennis en kunde met betrekking tot het gebruik van ICT bij het faciliteren van, in dit geval, het leren. Er wordt daarbij gekeken naar de bijdrage van de ICT. Faciliteert het? Verbetert het? En hoe?
Een klassiek voorbeeld van educatie via games is een spelletje van wat ik in de 3e klas (groep 5) van de basisschool altijd speelde. Omdat ik altijd snel klaar was met mijn rekenwerk, mocht ik van de meester op de computer op de gang topografie gaan oefenen. Het muispijltje had de vorm van een UFO die over bepaalde steden, dorpen, rivieren en gebergten moest vliegen. Er verscheen een naam in beeld en het was de bedoeling dan naar het juiste puntje te vliegen op de kaart. Zo werd topografie een stukje leuker en interactiever.
Tegenwoordig zijn de mogelijkheden veel groter en ingewikkelder. Een programma dat in gebruik is binnen de Universiteit van Utrecht is WEBCT. Op webct kan nieuwe stof worden verzameld en gelezen, kunnen leerlingen met elkaar in contact komen en dan bijvoorbeeld discussiëren, en kan men gebruik maken van de linkmogelijkheden om elkaar te bereiken en kennis uit te wisselen.
Binnen het IVLOS wordt hier onderzoek naar gedaan. Ze kijken naar wat de voor- en nadelen zijn van programma’s zoals WEBCT. Ze bekijken de mogelijkheden en kijken of hier ook actief gebruikt van wordt gemaakt.
Judith Herz, schrijfster van ‘Gaming the System’, vindt dit een goede functie van digitale educatiesystemen. “An online learning environment, whether an Internet-only experience or the complement to an off-line course, must give participants the tools to actively engage in the construction of their experiences. It is not enough to simply absorb the content and then reiterate it. There has to be a way for students to take the content and “run with it” by using it
in some fashion such that their fellow students can immediately benefit.” (179). Leerlingen kunnen zo elkaar bereiken en de kennis uitwisselen zonder dat men via omwegen elkaar printjes zou moeten uitreiken e.d. Dit is een van de positieve veranderingen die de digitalisering van het onderwijs teweegbrengt.Maar Herz gaat een stap verder. Ze vindt namelijk dat gaming een voorbeeld zou moeten zijn voor het onderwijs. Binnen de virtuele wereld van een multiplayer game verenigen spelers zich om opdrachten te voltooien. Een goed voorbeeld hiervan is het ‘raiden’ binnen de MMORPG World of Warcraft. Spelers vervullen allemaal hun eigen rol om gezamenlijk het doel te bereiken en op die manier te groeien in de wereld. Volgens Herz zou dit ook zo kunnen zijn binnen het onderwijs. Leerlingen die zich verenigen om gezamenlijk kennis te vergaren. Een utopisch beeld binnen het onderwijs allicht. Maar ze onderbouwt dit met een voorbeeld: Slashdot.com bezoekers publiceren artikelen en het speciale hiervan is dat ‘Slashdot’s architecture harnesses the collective intelligence of the network to drive discussions’ (Herz 180). Als individu krijg je voor goed geschreven stukken punten die invloed hebben op hoe groot je invloed is op andermans stukken. De mate van participatie wordt beloond en dit leidt tot verbetering.
Filius bouwt dit uit met een stelling. Haar stelling was: ‘Jongeren zijn slimmer, socialer, sneller en mediawijs.’ Het was eerst zaak om de definities van slimmer, socialer en sneller te definiëren. Als parate kennis niet meer zo hoog in het vaandel staat, maar juist de snelheid en manier van handelen belangrijk zijn, wordt de jeugd volgens de studenten ook duidelijk slimmer. Als real life contact niet belangrijker is dan virtueel contact, zou de jeugd inderdaad socialer kunnen zijn. En aangezien de digitalisering alles vereenvoudigt, gaat de jeugd tegenwoordig ook sneller. Dit is natuurlijk maar de vraag omdat er geen onderscheidt wordt gemaakt tussen vormen van contact en niveaus.
Kotkamp bouwt het verhaal rondom WEBCT uit met haar stelling: ‘Onderwijs op de Universiteit loopt achter op de behoefte van de huidige generatie studenten als het gaat om ICT gebruik.’ De studenten gingen hier beter in op de stelling. WEBCT werd vergeleken met een gelijkmatig programma; Blackboard. Uiteindelijk bleek dat studenten geen baat hebben bij nieuwe mogelijkheden, maar dat zij gebruiksvriendelijkheid willen op het gebied van informatieverstrekking en discussiemogelijkheden.
Bronnen:
Herz, J.C. “Gaming the System, What Higher Education Can Learn from Multiplayer Online Worlds” Z.j. – 05-10-2008 http://net.educause.edu/-ir/library/pdf/ffpiu019.pdf
Houwen, R. “UU Ivlos” 2006. – 06-10-2008 http://www.ivlos.uu.nl/-deorganisatie/profiel/7031main.html
Kotkamp, E., Filius, R. Gastcollege ‘E-learning en Educatie’, Nieuwe Media in het Actuele Debat. Utrecht: Universiteit Utrecht, 07-10-2008.
Bron Plaatje:
http://www.jamnesia.info/file.php/1/moodle_icon/elearning_TreeOfKnowledge.jpg (oktober 2008)
Gegeven en Gekregen commentaar 1
Op WEBCT stond onder mijn naam de naam Stoter. Dit is de achternaam van mijn waarde groeps- en studiegenoot Michiel. Aan mij dus de taak zijn blog te beoordelen. Na een uitstel van een aantal dagen, waren we beide zover en heb ik de eerste weken op zijn blog beoordeeld. Het commentaar wat ik hem leverde zag er als volgt uit:
Beste Underground Artiest Michiel,
Mooi dat je nog even geklust heb aan je log. Het ziet er naar uit dat je wel op tijd klaar zal zijn met het afronden. Je wist natuurlijk dat ik jouw site moest beoordelen. Nu we beiden zover zijn heb ik dus even kritisch naar je berichten gekeken. Ik heb de berichten van de eerste drie weken gelezen. Bij deze mijn commentaar hierop:
Je stelling van week 1 was hilarisch. Ik heb zelf WOW gespeeld en vind het eigenlijk niet zo verslavend. Vandaar dat ik het niet lang heb volgehouden, maar dat terzijde. Het is zeker een goed idee om zo’n extreme stelling te bespreken in een college. Dat neemt ook de serieusheid weg en is er meer ruimte om op andere aspecten te letten zoals lichaam en presentatie.
Het stuk over de grondregels van het debat vond ik een leuk stuk om te lezen. De filmpjes met Hans Teeuwen versterkten ook de aantrekkelijkheid. Ik vind dat je heel omschrijft waarom je bepaalde dingen vind. Dit leg je ook uit aan de hand van voorbeeldjes, wat voor een goede ondergrond zorgt. Het enige minpuntje is dat je maar 3 regels beschrijf. Alhoewel je dit heel duidelijk doet, vergeet je daarmee allemaal kleinere, misschien minder belangrijke regels. Al met al komt de boodschap wel over.
Je hoorcollegeverslagen zijn heel sterk. Je gebruikt duidelijke taal en bent kort voor de kar. Zo zorg je ervoor dat je stukken makkelijk en snel doorlezen en laat je zien dat deze manier van schrijven, ondanks het snel en makkelijk te lezen is, geen afbraak doet aan de algehele begrijpelijkheid. Een pluspunt dus. Ook vind ik dat je heel goed verwijst. Je haalt overal voorbeelden uit teksten aan en verwijst er precies naar terug. Vervolgens geef je precies aan waar je het gevonden hebt. Weer een pluspunt. Wat ik jammer vind is dat je blog qua uiterlijk nog behoorlijk saai is. Ik zie geen plaatjes en het kleurgebruik is ook minimaal. Ik houd erg veel van simpele sites, kijk maar naar mijn eigen blog, maar dit is iets te saai.
Op je evaluaties heb ik weinig aan te merken. De beschrijvingen zijn goed en je vertelt goed wat jouw rol is geweest binnen deze samenkomsten. Misschien moet je daarin nog wat specifieker kijken naar de regels. Door dit iets meer te expliciteren, kan de lezer gelijk zien wat jij door het college bent opgeschoten.
Ik hoop dat je er wat aan hebt en ik wens je heel veel succes met het afronden van de rest van je weblog.
Groetjes Arriën, a.k.a. Ari
Degene die boven mij stond op WEBCT was David van Toor. David stuurde mij de volgende kritiek:
Beste Underground Artiest Michiel,
Mooi dat je nog even geklust heb aan je log. Het ziet er naar uit dat je wel op tijd klaar zal zijn met het afronden. Je wist natuurlijk dat ik jouw site moest beoordelen. Nu we beiden zover zijn heb ik dus even kritisch naar je berichten gekeken. Ik heb de berichten van de eerste drie weken gelezen. Bij deze mijn commentaar hierop:
Je stelling van week 1 was hilarisch. Ik heb zelf WOW gespeeld en vind het eigenlijk niet zo verslavend. Vandaar dat ik het niet lang heb volgehouden, maar dat terzijde. Het is zeker een goed idee om zo’n extreme stelling te bespreken in een college. Dat neemt ook de serieusheid weg en is er meer ruimte om op andere aspecten te letten zoals lichaam en presentatie.
Het stuk over de grondregels van het debat vond ik een leuk stuk om te lezen. De filmpjes met Hans Teeuwen versterkten ook de aantrekkelijkheid. Ik vind dat je heel omschrijft waarom je bepaalde dingen vind. Dit leg je ook uit aan de hand van voorbeeldjes, wat voor een goede ondergrond zorgt. Het enige minpuntje is dat je maar 3 regels beschrijf. Alhoewel je dit heel duidelijk doet, vergeet je daarmee allemaal kleinere, misschien minder belangrijke regels. Al met al komt de boodschap wel over.
Je hoorcollegeverslagen zijn heel sterk. Je gebruikt duidelijke taal en bent kort voor de kar. Zo zorg je ervoor dat je stukken makkelijk en snel doorlezen en laat je zien dat deze manier van schrijven, ondanks het snel en makkelijk te lezen is, geen afbraak doet aan de algehele begrijpelijkheid. Een pluspunt dus. Ook vind ik dat je heel goed verwijst. Je haalt overal voorbeelden uit teksten aan en verwijst er precies naar terug. Vervolgens geef je precies aan waar je het gevonden hebt. Weer een pluspunt. Wat ik jammer vind is dat je blog qua uiterlijk nog behoorlijk saai is. Ik zie geen plaatjes en het kleurgebruik is ook minimaal. Ik houd erg veel van simpele sites, kijk maar naar mijn eigen blog, maar dit is iets te saai.
Op je evaluaties heb ik weinig aan te merken. De beschrijvingen zijn goed en je vertelt goed wat jouw rol is geweest binnen deze samenkomsten. Misschien moet je daarin nog wat specifieker kijken naar de regels. Door dit iets meer te expliciteren, kan de lezer gelijk zien wat jij door het college bent opgeschoten.
Ik hoop dat je er wat aan hebt en ik wens je heel veel succes met het afronden van de rest van je weblog.
Groetjes Arriën, a.k.a. Ari
Degene die boven mij stond op WEBCT was David van Toor. David stuurde mij de volgende kritiek:
Week 4 - Evaluatie
Even een korte evaluatie van wat we tot dusver hebben geleerd. Tot nu toe hebben we, vanwege uitval van een werkcollege, nog maar twee debatten gevoerd. Het tweede debat werd door mijn groepje geleid. Hieruit bleek dat we op een aantal punten moesten letten. Eerst de positieve punten. Deze punten vond ik erg goed terugkomen in het debat over Second Life.
- Wacht op je beurt. Dit is goed voor de structuur en een voorspoedig verloop van het debat.
- Wees duidelijk. Je hoeft geen hoog intellectuele taal te gebruiken om je standpunten duidelijk te maken.
- Doe actief mee. Hier leer je het meest van.
- Gebruik structuur in het formuleren van je standpunt. Zo is het voor anderen makkelijker je te begrijpen
- Let op de tijd. Zo krijgen anderen ook een kans.
Daarna waren er nog een paar punten die zeker beter hadden gekund, namelijk:
- Gebruik bronnen. Niet alles moet worden verantwoord, maar een aangetoond feit sterkt je argumenten.
- Definieer bepaalde belangrijke termen. Dat zorgt ervoor dat mensen weten waar jij het over hebt.
- Blijf bij de stelling. Andere problemen moeten ook worden opgelost, maar je bent met elkaar in discussie om de voorgelegde stelling te bespreken.
- Wacht op je beurt. Dit is goed voor de structuur en een voorspoedig verloop van het debat.
- Wees duidelijk. Je hoeft geen hoog intellectuele taal te gebruiken om je standpunten duidelijk te maken.
- Doe actief mee. Hier leer je het meest van.
- Gebruik structuur in het formuleren van je standpunt. Zo is het voor anderen makkelijker je te begrijpen
- Let op de tijd. Zo krijgen anderen ook een kans.
Daarna waren er nog een paar punten die zeker beter hadden gekund, namelijk:
- Gebruik bronnen. Niet alles moet worden verantwoord, maar een aangetoond feit sterkt je argumenten.
- Definieer bepaalde belangrijke termen. Dat zorgt ervoor dat mensen weten waar jij het over hebt.
- Blijf bij de stelling. Andere problemen moeten ook worden opgelost, maar je bent met elkaar in discussie om de voorgelegde stelling te bespreken.
Week 4 - Het Lagerhuis: Verslag Groep Drie
Verslag Geleide Debat Groep 3
- Opzet debat (deels op WEBCT gepost)
- Opzetverslag van Groep 3
- Stellingen
- Verdeling
- Verloop van het debat
- Groepsevaluatie
- Persoonlijke evaluatie
- Zoekverslag bronnen
Opzet debat
Na het hoorcollege van week vier over Second Life door David de Nood zijn wij, Robert, Meike, Jettie en Arriën, beter bekend als Arie, samengekomen om te brainstormen over hoe we het debat zouden leiden. Al snel kwamen we op het idee om een debat te houden in de vorm van het Lagerhuis. Het Lagerhuis is een actualiteitenprogramma waarin men discussieert over actuele onderwerpen. Het leek ons ook leuk, maar ook nuttig en leerzaam, om de groep te verdelen in twee groepen en een tweetal voorzitters om over een discussie binnen het domein van Second Life te debatteren. Waarom is dit interessant?
Ten eerste wordt er in het programma het Lagerhuis gebruikt gemaakt van een voorzitter. Deze voorzitter neemt geen standpunt in en discussieert dus niet mee. Wel probeert hij voor orde te zorgen, let op de tijd en wie er aan de beurt is, en probeert hij het debat voor alle debatanten en eventuele toeschouwers toegankelijk te houden. Dit geeft de voorzitter dus een aparte vorm van macht binnen het debat. Aangezien we in het vorige werkcollege alleen nog maar gebruik hebben gemaakt van fictieve rechters, leek het ons nuttig om mensen te laten oefenen met het letten op tijd, beurten, duidelijk taalgebruik en andere vormen van ordening.
Daarnaast is het zo dat als men wat wil zeggen in het programma het Lagerhuis, men moet opstaan en moet wachten tot men de beurt heeft gekregen van de voorzitter. Dit is natuurlijk niet helemaal gevoelsgetrouw en kan daarom gezien worden als iets wat moet worden geoefend voordat men deze manier van debatteren kan eenvoudig kan hanteren.
Deze vorm van discussiëren heeft tot gevolg dat iedereen kan participeren maar dit niet hoeft. Als je wat wil zeggen ga je staan, als je dat niet wilt blijf je zitten. In het vorige werkcollege was het niet zo dat iedereen wat mocht zeggen. In dit debat zou dat wel het geval zijn.
Uiteindelijk moest er ook nog gekeken worden naar het thema van deze week. Dat was het beoordelen van het oefendebat. Omdat iedereen mee zou doen met het debat, moesten wij deze taak op onszelf leggen. Dit zou betekenen dat we allemaal een beoordelende functie zouden moeten hebben. We namen ons dus voor om allemaal op een apart punt te letten zoals argumentatie ,inhoud, presentatie en lichaamstaal. Hieruit zouden wij zowel positieve en negatieve kritiek kunnen geven op onze groepsgenoten waarop ze als het ware beoordeelt zouden worden in een echt debat.
Na deze bespreking is er sprake geweest van een veelvoudige correspondentie via E-mail tussen de vier organisatoren van het debat. Dit leidde tot een definitieve versie van de opzet van het debat dat wij voor een groot gedeelte op WEBCT hebben gepost. Het bleek nogal lang en dat zal in dit verslag ook het geval zijn. Onze excuses alvast daarvoor. Het bericht op webct bevatte een opzet van het debat en een beschrijving van de rollen, een tijdsschema en een indeling van de groepen en natuurlijk een aantal stellingen. Het zag er als volgt uit:
Leuke mensen van werkgroep 3,
Zoals jullie allang gezien hebben is het onderwerp van deze week Second Life. Voor degene die het nog niet helemaal duidelijk vinden: Second life is een ‘play’ waarin men zelf een virtuele wereld kan creëren en daarin een virtueel leven kan lijden. Dankzij zijn ‘open source’ kunnen mensen toevoegen en maken wat ze willen. Doordat dit spel voor zoveel doeleinden kan worden gebruikt, brengt dit groot aantal discutabele onderwerpen aan de oppervlakte.
En ja, verrassing. We gaan over een aantal van deze onderwerpen discussiëren…
Wij willen dit debat gaan inleiden met een stukje over de discussies rond Second Life. Dit is namelijk hetgeen wat wordt vermeden in het artikel van David de Nood. Het ging namelijk vrijwel alleen maar om de statistiek en niet over de gedachten hierachter die soms behoorlijk uiteen lopen.Daarom gaan we aan de hand van twee stellingen te kijken wat de gedachtes zijn over bepaalde onderwerpen. Dit willen we doen op een manier die ook wordt gebruikt in het Lagerhuis, een discussieprogramma dat door de VARA wordt uitgezonden. Voor degenen die niet bekend zijn met dit programma, klik even op deze link: http://nl.youtube.com/watch?v=9xY50cTyCos.
Voor dit rollenspel hebben we nodig:
2 voorzitters die het gesprek gaan leiden. Zij worden geacht een onderwerp in te leiden (dit kan een stukje tekst zijn of een filmpje), op de tijd te letten, de mensen aan te wijzen om hen te laten spreken, een afdwalende discussie af te kappen en terug te brengen naar de oorspronkelijke stelling, en aan het eind van een debat de voor en tegenargumenten te bespreken en de voorlopige uitkomst te verwoorden. Dit alles zonder mee te discussiëren en objectief te blijven tegenover de kwestie.Daarnaast hebben we per stelling twee experts nodig. Een expert is voor de stelling en de ander is dus tegen. Deze experts geven om de beurt hun voor of tegen argumenten om inzicht te krijgen in wat er zich afspeelt omtrent de stelling. Zij mogen natuurlijk hierna gewoon discussiëren.Hierna volgt een discussieronde waarin de voorzitters mensen die willen reageren mogen spreken. Ze moeten te kennen geven aan de voorzitter om wat te zeggen die daarop kan anticiperen.Na deze ronde moeten de voorzitters de zaak samenvatten. Voor en tegen argumenten moeten worden opgesomd en de voorlopige conclusie wordt bondig naar voren gebracht.
Qua tijdsschema zal het 2e lesuur ( eigenlijk 3 kwartier) er zo uit zien:
5 minuten globale inleiding door Groepje 3 (wij dus)
---------------------------------------------------------------------------------------
2 minuten stelling-specifieke inleiding door de voorzitters
2 minuten voorbereiding stelling 1
1 minuut voor Stelling 1 Expert A ( VOOR de stelling )
1 minuut voor Stelling 1 Expert B ( TEGEN de stelling )
5 minuten debat
2 minuten opsomming en conclusie door de voorzitters
Totaal: 13 minuten, max. 15
----------------------------------------------------------------------------------------
2 minuten Intermezzo met taart en limonade…. Not! Iedereen even naar de goede groep
-----------------------------------------------------------------------------------------
2 minuten stelling-specifieke inleiding door de voorzitters
2 minuten voorbereiding stelling 2. Je mag ook wel even iets gaan drinken als je al voorbereid bent.
1 minuut voor Stelling 2 Expert C ( VOOR de stelling )
1 minuut voor Stelling 2 Expert D ( TEGEN de stelling )
5 minuten debat
2 minuten opsomming en conclusie door de voorzitters
Totaal: 13 minuten, max 15
------------------------------------------------------------------------------------------
Korte evaluatie door Groepje 3 (wij dus)
Één iemand zal letten op de inhoud
Éen iemand zal letten op de presentatie
Één iemand zal letten op de lichaamstaal
Éen iemand zal letten op het geheel
Bespreking door de gehele groep tot het einde van de les of totdat je de bus moet halen.We hebben maar 45 minuten dus en dit schema is behoorlijk tijdsgebonden dus let zelf ook een beetje op de tijd en bereid je goed voor op de stellingen. ( maar niet extreem want de stelling worden ook ingeleid )
De stellingen zijn als volgt:
Stelling 1:Educatie in Second Life is een goed concept.
Stelling 2:De politie mag Second Life gebruiken om eventuele misdadigers te pakken te krijgen. (net als infiltranten)
*LET OP* hieronder volgt de indeling van werkgroep 3
Stelling 1 Voorzitters: Van Zwol, Schepers
Stelling 1 Expert A (voor):Stoter
Stelling 1 Expert B (tegen): Van Doorn
Stelling 1 Voor: Van Toor, Glas, Krooshof, Sluis, Van Zeijl, Van Wezel, Krooshof, Keislair
Stelling 1 Tegen: Poelhekke, Jongsma, mutsaers, Hendriks, Van der Zwaard, Van Polen, Joosen, Mandemakers
Stelling 2 Voorzitters: Poelhekke, Van Toor
Stelling 2 Expert C (voor): Mutsears
Stelling 2 Expert D (tegen): Van der Zwaard
Stelling 2 Voor: Van Zwol, Van Doorn, Sluis, Hendriks, Van Polen, Krooshof, Glas, Stoter
Stelling 2 Tegen: Schepers, Jongsma, Mandemakers, Joosen, Van Wezel, Van Zeijl, Keislair
Als we iemand vergeten zijn, stuur dan even een berichtje of kies de groep waar er nog iemand bij kan.
Inleidingen Stellingen
Stelling 1
De Vrije Universiteit Amsterdam was op 1 maart 2007 de eerste universiteit in Nederland die zijn deuren opende in Second Life. Volgens de Vu is de gang naar Second Life logisch en verwijst daarbij naar haar onderwijsvisie. Daarin staat het door docenten en studenten gezamenlijk ontwikkelen van kennis centraal. Virtuele werelden kunnen dat doel stimuleren, denkt de universiteit. "Met name de mogelijkheden van Second Life om naar eigen inzicht onderdelen van een virtuele wereld vorm te geven en voor derden toegankelijk te maken, maakt dat het kan worden ingezet als platform waar studenten, docenten en onderzoekers elkaar kunnen ontmoeten als deelnemers aan het proces van kennisontwikkeling."
Onder leiding van een docent worden video’s van een ‘real life’ college bekeken en besproken. Maar ook is het mogelijk om studenten naar plaatsen te nemen waar ze normaal niet naar toe zouden kunnen komen. Volgens internetsocioloog Albert Benschop biedt Second Life een groot aantal voordelen ten opzichte van participatie. Zo is er binnen een virtuele wereld minder sprake van sociale afwezigheid. Waar je als docent vaak geconfronteerd wordt met een groot aantal 'koppen van afwezigheid', daar valt het in de virtuele wereld veel meer op als je inactief bent. De zinvolle participatie is groter. In Second Life moet je wel meedoen, en moet je wel reageren en bijdragen.
Maar leren vindt niet alleen plaats in instellingsgebouwen. De Postbank is in 2006 gestart met de business lounge voor jongeren t/m 14 jaar die een eigen bedrijf willen starten. Jongeren kunnen er leren op een leuke manier zelf verantwoord en slim met hun financiën om te gaan. Dit doen ze door een eigen “bedrijf” op te zetten, contacten te leggen en kosten en inkomsten in de gaten te houden. Hierdoor komen we op de volgende stelling:
Educatie in Second Life is een goed concept.
Stelling 2
De komst van virtuele werelden brengt veel nieuwe mogelijkheden met zich mee. Mensen verdienen hun geld ermee en spenderen veel tijd in deze werelden. Deze nieuwe mogelijkheden brengen ook nadelen met zich mee. Zo is er sprake van digitale misdaad. Kinderporno, verkrachtingen en moorden zijn aan de orde van de dag binnen de wereld van Second Life. Maar is dit wel gewenst? Het openbaar ministerie houdt zich ook bezig met dit soort zaken. Zij vindt dat er moet worden opgetreden:
HILVERSUM - Het Openbaar Ministerie (OM) wil proefprocessen gaan voeren zodat jurisprudentie ontstaat over virtuele kinderporno in online spellen als Second Life. Als de wet niet duidelijk is op een bepaald punt, heb je jurisprudentie nodig, zei Kitty Nooij dinsdag in een reportage van Netwerk.
Maar is een virtuele misdaad een echte misdaad? Hoe moeten deze misdaden worden tegengegaan en worden bestraft? Virtuele kinderporno, waarbij de afgebeelde kinderen niet daadwerkelijk zijn misbruikt, is al sinds 2002 strafbaar. Hierbij gaat het om beelden die, anders dan bij Second Life, levensecht zijn.
De Brusselse politie is een van de instanties die zich ingaat zetten om misdaad in een virtuele wereld tegen te gaan. Zij is van plan te gaan patrouilleren in de wereld van Second Life. Een nieuwsite over Second Life meld het volgende:
Apparently the Brussels Court will be working together with the Federal Computer Crime Unit to "patrol in Second Life" after a virtual rape case that involved a Belgian Second Life user. There are no details at this time about what actually occurred in this case or under what laws these virtual actions would be prosecuted, however the translation of the primary sources allude to a "morals section." Another translated quote mentioned "the public prosecutor was alarmed," which may hint at how seriously this case is being taken.
Hieruit blijkt dat virtuele misdaad een serieuze zaak is en dat verschillende instanties zich willen inzetten tegen dit fenomeen. Vandaar deze stelling:
De politie mag Second Life gebruiken om eventuele misdadigers te pakken te krijgen. (net als infiltranten)
Verloop van het debat
Alvorens ons debat in te leiden, werd de groep voor een keuze gesteld. Er zou tijd zijn voor een langere inleiding met een filmpje als we maar één van de twee stellingen zouden behandelen. Een voordeel hiervan zou ook zijn dat we meer tijd zouden hebben om één van de twee stellingen beter te behandelen. De groep vond dit een goed idee en koos er vervolgens voor om de tweede stelling te behandelen. Het debat werd ingeleid door Robert die daarvoor een tekst had geschreven. De tekst werd ondersteunt door een powerpoint. Hij leidde het met deze woorden in:
‘ SecondLife was voor ons drie jaar geleden allemaal abracadabra. Maar sinds we voor het eerst geconfronteerd werden met de ernst van het platvorm tijdens onze studie komt het als onderwerp zeer veel terug in de cursussen hier op de universiteit. Zo veel soms dat het bij tijd en wijlen onze strot uitkwam. Wat is toch de chaos rondom deze 3d versie van hyves, myspace of msn waar maar een paar honderd duizend mensen hun uren slijten? Was het de hype? Was het de potentie? Was het de titel? Of was het gewoon het nieuwe medium? Een nieuw medium dat in vele opzichten anders was dan de bestaande. Het was zelfs nieuwer dan het internet. Het bond internet, gaming, taal, films, sociale media en telefonie samen en gaf de gebruiker de mogelijkheid om geheel gratis een eigen wereld creëren waar de mogelijkheden onbegrensd leken. Dit laatste moest natuurlijk getest worden. Zijn de mogelijkheden echt onbegrensd? Allerlei politieke, culturele, filosofische en economische vraagstukken stoken hun kop uit boven het zand. Uitroeptekens en vraagtekens werden gestrooid bij vraagstukken als ‘een tweede leven ten koste van je eerste leven?’, ‘Een economie zonder vastgoed?’ ‘virtuele kinderporno’ en ‘ordehandhaving in een onbegrensde wereld?’
Vandaag gaan we ook met vraagtekens en uitroeptekens strooien. Dit gaan we doen aan de hand van een debat in de vorm van het Lagerhuis. Een populair debatprogramma waarin de zaal onderverdeeld is in twee helften tegen over elkaar. Een stelling wordt ingeleid door een voorzitter en het publiek dat wil reageren op de stelling moet gaan staan als het wat wil zeggen. Het enige verschil met het Lagerhuis is dat jullie al te horen hebben gekregen wie voor en wie tegen is. Ook is het zo dat alle voorstanders letterlijk tegenover de tegenstanders zullen komen te staan.
Er zijn twee stelling opgesteld die jullie als het goed is al weten. Als dat niet het geval is vanwege het late tijdstip waarop de stellingen bekend zijn gemaakt gisteravond dan kunnen jullie op deze slide zien wie welke rol heeft. (PP) deze slide zal straks nog enkele malen langs komen.
Er zijn bij elke stelling twee voorzitters en twee experts aangewezen. De voorzitters leiden de stelling kort in en houden het overzicht op de tijd en rode draad en de experts zorgen ervoor dat de discussie niet dood valt. We hebben een strakke tijdsindeling dus we gaan snel van start.’
Vervolgens werd er een filmpje vertoond van een fragment uit het Lagerhuis. Dit fragment ging dan wel niet over Second Life, maar gaf wel een duidelijk beeld van hoe het er in het programma aan toegaat. Dit was ook de bedoeling van de filmvertoning.
Wat Robert had gezegd, werd uitgevoerd. Koen en David werden de voorzitters voor het debat en waren van tevoren al ingelicht over hoe zij de kwestie zouden moeten inleiden. Koen begon zijn verhaal en vertelde over een recentelijk gebeurtenis van een verkrachting binnen Second Life en hoe de Brusselse politie daarop inspeelde.
Tussen de inleiding door toonden wij de groep een filmpje over een man die via Second Life in aanraking was gekomen met pedofilie. Het filmpje liet zien hoe de man achter een virtueel cafe in een virtuele speeltuin terecht kwam vol met virtuele kinderen en vervolgens met hen kon onderhandelen over een prijs voor virtuele seks met deze avatars. Dit was een goed voorbeeld van hoe de grenzen binnen een virtuele wereld wel onstrafbaar konden worden overschreden.
Expert C en Expert D kwamen vervolgens aan het woord. Zij deelden ons hun standpunten mee. Ze hadden hier ongeveer 1 a 2 minuten de tijd voor. Daarna werd het debat geopend. Voor ongeveer tien minuten gingen er argumenten heen en weer. Af en toe werd er een zijtak ingeslagen en vroeg een voorzitter om verduidelijking. Er vond een goede afwisseling plaats tussen de sprekers van de twee discussiërende groepen.
Uiteindelijk werd het debat samengevat door de voorzitters en dit gold meteen als een soort van conclusie. Daarna was er tijd over voor onze beoordeling en een afsluitend gesprek om zo ook onze docente Eva nog even het licht op een aantal punten te laten werpen en ons duidelijk te maken wat we ervan gemaakt hadden en hoe we ervoor stonden.
Groepsevaluatie
Om het debat te beoordelen hebben wij de rollen verdeeld. Meike kreeg als taak het debat te beoordelen op argumentatie en inhoud. Ze heeft gelet op de aangehaalde punten, de structuur en de vooruitgang in het twistgesprek. Ze kwam tot het volgende:
De deelnemers hebben zich niet altijd gehouden aan de stelling. Dat wil zeggen dat men inhoudelijk gniet altijd inging op de stelling zonder verder uit te wijden over bepaalde te specifieke gebeurtenissen of bepaalde zijwegen in te slaan die vervolgens naar een discussie binnen een ander domein van discussies rond Second Life zouden leiden. Een specifiek voorbeeld hiervan was hoe de deelnemers al snel een zijweg insloegen door te gaan discussiëren over wat de definitie was van misdaad en hoe letterlijk dit genomen moest worden binnen een virtuele wereld. Ook ontstond er een discussie over hoe men dan deze mensen zou moeten straffen. Hierdoor ontstaan er een soort van subdiscussies die niet meer gingen over of een delict in een Second Life een echt delict zou zijn. Wel werden er goede argumenten aangehaald al waren ze niet helemaal van toepassing binnen deze specifieke stelling
Jettie zou letten op de presentatie. Dat houdt in dat ze heeft gelet op de duidelijkheid van de taal, de vormgeving van uitingen en de acties en reacties van de participanten en hoe zij dit alles poneerden. Haar vielen de volgende punten op:
De participanten krijgen een positieve beoordeling. Ze spraken duidelijk en wat er gezegd werd, was goed te volgen. Dit leidde dan ook tot een goed verloop van de discussie. Jenny kreeg een complimentje omdat het plezierig en duidelijk was geweest om haar aan te horen. Ondanks dat het debat op een aantal zijsporen raakte, werd er wel telkens gereageerd op elkaar. Ook een positief punt was dat men elkaar liet uitspreken en men wachtte op hun beurt. Dit droeg ook bij aan een goed verloop van de discussie. Eenmaal kwam het voordat iemand voor zijn beurt begon te spreken en dit werd onmiddellijk bestraft door de voorzitters door de deelnemer er op te wijzen.
Robert had als taak de lichaamstaal van de participanten te beoordelen. Hij lette op de houdingen van de participanten en hoe zij zich lichamelijk gedroegen. Hier kwam het volgende uit:
Mensen gedroegen zich lichamelijk natuurlijk allemaal anders maar niemand was echt opvallend aan het bewegen. Koen werd er op gewezen dat hij niet zo moest spelen met zijn pen omdat dit zou kunnen afleiden. Thomas kreeg wat positieve kritiek. Het feit dat hij was gaan staan voordat hij de beurt kreeg om de voorzitters te wijzen op dat hij wat wilde zeggen, werd hem in dank afgenomen omdat zoiets een duidelijk teken is en omdat het ook past in de trend van het programma het Lagerhuis.
Arriën kreeg als taak op het geheel te letten. Daarbij trachtte hij te kijken naar zowel de drie bovengenoemde punten en de wisselwerking tussen deze drie aandachtspunten. Dit leidde tot een aantal specifieke punten en een aantal bredere uitgangspunten. Zijn zowel positieve als negatieve kritiek zag er als volgt uit:
Het debat was leuk. Iedereen deed mee en iedereen bleek wat nuttigs te kunnen stellen. Ook heeft iedereen zijn rol goed vervult. De voorzitters hebben de stelling goed ingeleid en wezen mensen die wat wilden zeggen keurig om de beurt aan. Ook werd er goed op de tijd gelet dankzij voorzitter David waardoor het qua tijd niet uit de hand liep. Ondanks dat men een aantal maal op een nevendiscussie terecht kwam, was het toch heel interessant. Dit lag ook aan de goede organisatie, vertelde onze docente Eva ons. De kritiek die achteraf gegeven werd door ons kon ze ook erg waarderen. Op iedereen was gelet.
Persoonlijke evaluatie
Het idee om het Lagerhuis te nemen als voorbeeldvorm voor ons debat, is uiteindelijk een goed idee gebleken. Ik had het gevoel dat iedereen alvorens het debat bekend was met dit programma. Dit bleek ook uit het feit dat na een goede inleiding van Koen en een sterke argumentatie van beide experts Jenny en Iris, Thomas al meteen ging staan om zijn zegje te doen. Daarnaast nam men de tijd elkaar te luisteren en met elkaar te redetwisten over de stelling. Jenneffer werd bestraft voor het nemen van de beurt zonder dat zij werd aangewezen en dit is past ook in de stijl van het Lagerhuis. Het feit dat Micky te lang aan het woord was, werd niet afgestraft. Dit vond ik een klein minpuntje vooral omdat men te maken heeft met een tijdslimiet.
Het was leuk om te zien hoe men met hun rol omging. Alhoewel ik vind dat de voorzitters goed waren voorgelicht, vind ik ook dat de manier waarop ze dit interpreteerden en ermee aan de slag gingen heel zinvol en leerzaam is geweest. Ze bleken bekwaam als voorzitters en hebben het goed gedaan. Ook voor de experts valt wat te zeggen. Ze waren duidelijk en er hun argumenten waren sterk. Uiteindelijk vind ik dat alle participanten goed met elkaar omgingen en vond ik het leuk om te zien dat iedereen goed meedeed.
Het was mijn taak om te letten op het gehele debat en de wisselwerking tussen de drie aspecten; argumentatie en inhoud, presentatie en lichaamstaal. Waar het fout ging werd men er op gewezen maar over het algemeen denk ik dat op alle punten voldoende is gescoord. De kritiek die gegeven is, zowel de positieve als de negatieve, is sowieso leerzaam en nuttig.
Zoekverslag Bronnen
Voor informatieve en ondersteunende bronnen hebben wij gezocht op het internet met behulp van de zoekmachine van google en google scholar en op youtube.com. Daarnaast zien wij het gevolgde hoorcollege ook als bron en gebruikten wij ook de tekst van De Nood. De termen waar wij op hebben gezocht zijn: ‘Second Life’ in combinatie met ‘pedofilie’, ‘crime’, ’misdaad’, ‘education’, ‘educatie’, en ‘virtual crime’. Dit leidde tot de volgende bronnen:
Nood, David, de. Gastcollege. Centrum voor Informatie en Media, Universiteit Utrecht, Utrecht. 30 September 2008.
(de Nood gaf op dinsdagochtend 30 september 2008 een informatief college over Second Life. Hij presenteerde ons de resultaten uit zijn onderzoek en legde ons vervolgens een aantal stellingen voor die betrekking hadden tot gaming in virtuele werelden, die wij vervolgens hebben gebruikt om onze stellingen te nuanceren.)
Attema, Jelle en David de Nood. ‘Residents in analyse. De feiten over Second Life na de hype’. Den Haag: EPN, 2007.
http://www.secondlife.nl/images/inventory/761344793d9d8b773490e206065d69af.pdf
(Dit artikel bevat het gehele onderzoek van David de Nood en daarin bevinden zich de resultaten die ons aanwijzingen geven over wat er zich afspeelt binnen de virtuele wereld van Second Life)
http://secondlife.com/whatis/(oktober 2008)
(Deze site bevat informatie over wat Second Life nou eigenlijk is. Second Life is een virtuele wereld waarin men kan toevoegen wat men wil dankzij de open source)
http://www.nu.nl/news.jsp?n=983672&c=52OM wil proefprocessen over kinderporno op Second LifeUitgegeven: 20 februari 2007 23:17 Laatst gewijzigd: 21 februari 2007 13:30© ANP(oktober 2008)
(Dit online nieuwsbericht gaat over het verder moet met de bestraffing van virtuele illegaliteiten)
http://www.secondlifeinsider.com/2007/04/21/belgian-police-patrols-second-life-to-prevent-rape/Belgian police patrols Second Life to prevent rapePosted Apr 21st 2007 2:05PM by Aimee Weber (oktober 2008)
(Dit nieuwsbericht behandelt de consequenties van moord en verkrachting binnen de wereld van Second Life. De politie blijkt maatregelen te nemen)
http://nl.youtube.com/watch?v=9xY50cTyCos (oktober 2008)
(Dit filmpje hebben wij gebruikt ter inleiding van het debat. Het laat een fragment uit het programma het Lagerhuis zien)
http://www.youtube.com/watch?v=AQM-SiiaipE (oktober 2008)
(Dit filmpje is een fragment uit het CNN nieuws waaruit blijkt dat er pedofilie plaatsvindt binnen de wereld van Second Life. De media aandacht geeft de serieusheid van het probleem aan en heeft ons geholpen bij het maken van de stellingen)
http://www.youtube.com/watch?v=dN_jr6xjs90 (oktober 2008)
(Dit engelse filmpje geeft licht aan wat er zich afspeelt binnen Second Life. We hebben dit filmpje gebruikt als intro voor onze tweede stelling)
http://binnenland.nieuws.nl/451114 (oktober 2008)
(Dit nieuwsbericht verteld over de VU en haar nieuwe virtuele bestaan binnen Second Life. Dit artikel hebben we gebruikt voor onze eerste stelling)
http://www.eschoolnews.com/news/top-news/index.cfm?i=42030&CFID=15240989&CFTOKEN=75913838 (oktober 2008)
(Dit artikel beschrijft hoe Second Life een medium wordt voor onderwijs. Het artikel is gebruikt voor de argumenten bij de eerste stelling)
http://www.emerce.nl/nieuws.jsp?id=1750918
(Dit artikel beschrijft hoe de bankwereld zich in de virtuele werelden begeeft. Het gaat hier niet over de Postbank ik Second Life)
http://www.dutchcowboys.nl/online/8874
(dit bericht geeft verslag van de ABN Amro bank binnen de virtuele wereld van Second Life. Nast ABN amro zijn ook de Postbank en de Rabobank in deze wereld te vinden)
- Opzet debat (deels op WEBCT gepost)
- Opzetverslag van Groep 3
- Stellingen
- Verdeling
- Verloop van het debat
- Groepsevaluatie
- Persoonlijke evaluatie
- Zoekverslag bronnen
Opzet debat
Na het hoorcollege van week vier over Second Life door David de Nood zijn wij, Robert, Meike, Jettie en Arriën, beter bekend als Arie, samengekomen om te brainstormen over hoe we het debat zouden leiden. Al snel kwamen we op het idee om een debat te houden in de vorm van het Lagerhuis. Het Lagerhuis is een actualiteitenprogramma waarin men discussieert over actuele onderwerpen. Het leek ons ook leuk, maar ook nuttig en leerzaam, om de groep te verdelen in twee groepen en een tweetal voorzitters om over een discussie binnen het domein van Second Life te debatteren. Waarom is dit interessant?
Ten eerste wordt er in het programma het Lagerhuis gebruikt gemaakt van een voorzitter. Deze voorzitter neemt geen standpunt in en discussieert dus niet mee. Wel probeert hij voor orde te zorgen, let op de tijd en wie er aan de beurt is, en probeert hij het debat voor alle debatanten en eventuele toeschouwers toegankelijk te houden. Dit geeft de voorzitter dus een aparte vorm van macht binnen het debat. Aangezien we in het vorige werkcollege alleen nog maar gebruik hebben gemaakt van fictieve rechters, leek het ons nuttig om mensen te laten oefenen met het letten op tijd, beurten, duidelijk taalgebruik en andere vormen van ordening.
Daarnaast is het zo dat als men wat wil zeggen in het programma het Lagerhuis, men moet opstaan en moet wachten tot men de beurt heeft gekregen van de voorzitter. Dit is natuurlijk niet helemaal gevoelsgetrouw en kan daarom gezien worden als iets wat moet worden geoefend voordat men deze manier van debatteren kan eenvoudig kan hanteren.
Deze vorm van discussiëren heeft tot gevolg dat iedereen kan participeren maar dit niet hoeft. Als je wat wil zeggen ga je staan, als je dat niet wilt blijf je zitten. In het vorige werkcollege was het niet zo dat iedereen wat mocht zeggen. In dit debat zou dat wel het geval zijn.
Uiteindelijk moest er ook nog gekeken worden naar het thema van deze week. Dat was het beoordelen van het oefendebat. Omdat iedereen mee zou doen met het debat, moesten wij deze taak op onszelf leggen. Dit zou betekenen dat we allemaal een beoordelende functie zouden moeten hebben. We namen ons dus voor om allemaal op een apart punt te letten zoals argumentatie ,inhoud, presentatie en lichaamstaal. Hieruit zouden wij zowel positieve en negatieve kritiek kunnen geven op onze groepsgenoten waarop ze als het ware beoordeelt zouden worden in een echt debat.
Na deze bespreking is er sprake geweest van een veelvoudige correspondentie via E-mail tussen de vier organisatoren van het debat. Dit leidde tot een definitieve versie van de opzet van het debat dat wij voor een groot gedeelte op WEBCT hebben gepost. Het bleek nogal lang en dat zal in dit verslag ook het geval zijn. Onze excuses alvast daarvoor. Het bericht op webct bevatte een opzet van het debat en een beschrijving van de rollen, een tijdsschema en een indeling van de groepen en natuurlijk een aantal stellingen. Het zag er als volgt uit:
Leuke mensen van werkgroep 3,
Zoals jullie allang gezien hebben is het onderwerp van deze week Second Life. Voor degene die het nog niet helemaal duidelijk vinden: Second life is een ‘play’ waarin men zelf een virtuele wereld kan creëren en daarin een virtueel leven kan lijden. Dankzij zijn ‘open source’ kunnen mensen toevoegen en maken wat ze willen. Doordat dit spel voor zoveel doeleinden kan worden gebruikt, brengt dit groot aantal discutabele onderwerpen aan de oppervlakte.
En ja, verrassing. We gaan over een aantal van deze onderwerpen discussiëren…
Wij willen dit debat gaan inleiden met een stukje over de discussies rond Second Life. Dit is namelijk hetgeen wat wordt vermeden in het artikel van David de Nood. Het ging namelijk vrijwel alleen maar om de statistiek en niet over de gedachten hierachter die soms behoorlijk uiteen lopen.Daarom gaan we aan de hand van twee stellingen te kijken wat de gedachtes zijn over bepaalde onderwerpen. Dit willen we doen op een manier die ook wordt gebruikt in het Lagerhuis, een discussieprogramma dat door de VARA wordt uitgezonden. Voor degenen die niet bekend zijn met dit programma, klik even op deze link: http://nl.youtube.com/watch?v=9xY50cTyCos.
Voor dit rollenspel hebben we nodig:
2 voorzitters die het gesprek gaan leiden. Zij worden geacht een onderwerp in te leiden (dit kan een stukje tekst zijn of een filmpje), op de tijd te letten, de mensen aan te wijzen om hen te laten spreken, een afdwalende discussie af te kappen en terug te brengen naar de oorspronkelijke stelling, en aan het eind van een debat de voor en tegenargumenten te bespreken en de voorlopige uitkomst te verwoorden. Dit alles zonder mee te discussiëren en objectief te blijven tegenover de kwestie.Daarnaast hebben we per stelling twee experts nodig. Een expert is voor de stelling en de ander is dus tegen. Deze experts geven om de beurt hun voor of tegen argumenten om inzicht te krijgen in wat er zich afspeelt omtrent de stelling. Zij mogen natuurlijk hierna gewoon discussiëren.Hierna volgt een discussieronde waarin de voorzitters mensen die willen reageren mogen spreken. Ze moeten te kennen geven aan de voorzitter om wat te zeggen die daarop kan anticiperen.Na deze ronde moeten de voorzitters de zaak samenvatten. Voor en tegen argumenten moeten worden opgesomd en de voorlopige conclusie wordt bondig naar voren gebracht.
Qua tijdsschema zal het 2e lesuur ( eigenlijk 3 kwartier) er zo uit zien:
5 minuten globale inleiding door Groepje 3 (wij dus)
---------------------------------------------------------------------------------------
2 minuten stelling-specifieke inleiding door de voorzitters
2 minuten voorbereiding stelling 1
1 minuut voor Stelling 1 Expert A ( VOOR de stelling )
1 minuut voor Stelling 1 Expert B ( TEGEN de stelling )
5 minuten debat
2 minuten opsomming en conclusie door de voorzitters
Totaal: 13 minuten, max. 15
----------------------------------------------------------------------------------------
2 minuten Intermezzo met taart en limonade…. Not! Iedereen even naar de goede groep
-----------------------------------------------------------------------------------------
2 minuten stelling-specifieke inleiding door de voorzitters
2 minuten voorbereiding stelling 2. Je mag ook wel even iets gaan drinken als je al voorbereid bent.
1 minuut voor Stelling 2 Expert C ( VOOR de stelling )
1 minuut voor Stelling 2 Expert D ( TEGEN de stelling )
5 minuten debat
2 minuten opsomming en conclusie door de voorzitters
Totaal: 13 minuten, max 15
------------------------------------------------------------------------------------------
Korte evaluatie door Groepje 3 (wij dus)
Één iemand zal letten op de inhoud
Éen iemand zal letten op de presentatie
Één iemand zal letten op de lichaamstaal
Éen iemand zal letten op het geheel
Bespreking door de gehele groep tot het einde van de les of totdat je de bus moet halen.We hebben maar 45 minuten dus en dit schema is behoorlijk tijdsgebonden dus let zelf ook een beetje op de tijd en bereid je goed voor op de stellingen. ( maar niet extreem want de stelling worden ook ingeleid )
De stellingen zijn als volgt:
Stelling 1:Educatie in Second Life is een goed concept.
Stelling 2:De politie mag Second Life gebruiken om eventuele misdadigers te pakken te krijgen. (net als infiltranten)
*LET OP* hieronder volgt de indeling van werkgroep 3
Stelling 1 Voorzitters: Van Zwol, Schepers
Stelling 1 Expert A (voor):Stoter
Stelling 1 Expert B (tegen): Van Doorn
Stelling 1 Voor: Van Toor, Glas, Krooshof, Sluis, Van Zeijl, Van Wezel, Krooshof, Keislair
Stelling 1 Tegen: Poelhekke, Jongsma, mutsaers, Hendriks, Van der Zwaard, Van Polen, Joosen, Mandemakers
Stelling 2 Voorzitters: Poelhekke, Van Toor
Stelling 2 Expert C (voor): Mutsears
Stelling 2 Expert D (tegen): Van der Zwaard
Stelling 2 Voor: Van Zwol, Van Doorn, Sluis, Hendriks, Van Polen, Krooshof, Glas, Stoter
Stelling 2 Tegen: Schepers, Jongsma, Mandemakers, Joosen, Van Wezel, Van Zeijl, Keislair
Als we iemand vergeten zijn, stuur dan even een berichtje of kies de groep waar er nog iemand bij kan.
Inleidingen Stellingen
Stelling 1
De Vrije Universiteit Amsterdam was op 1 maart 2007 de eerste universiteit in Nederland die zijn deuren opende in Second Life. Volgens de Vu is de gang naar Second Life logisch en verwijst daarbij naar haar onderwijsvisie. Daarin staat het door docenten en studenten gezamenlijk ontwikkelen van kennis centraal. Virtuele werelden kunnen dat doel stimuleren, denkt de universiteit. "Met name de mogelijkheden van Second Life om naar eigen inzicht onderdelen van een virtuele wereld vorm te geven en voor derden toegankelijk te maken, maakt dat het kan worden ingezet als platform waar studenten, docenten en onderzoekers elkaar kunnen ontmoeten als deelnemers aan het proces van kennisontwikkeling."
Onder leiding van een docent worden video’s van een ‘real life’ college bekeken en besproken. Maar ook is het mogelijk om studenten naar plaatsen te nemen waar ze normaal niet naar toe zouden kunnen komen. Volgens internetsocioloog Albert Benschop biedt Second Life een groot aantal voordelen ten opzichte van participatie. Zo is er binnen een virtuele wereld minder sprake van sociale afwezigheid. Waar je als docent vaak geconfronteerd wordt met een groot aantal 'koppen van afwezigheid', daar valt het in de virtuele wereld veel meer op als je inactief bent. De zinvolle participatie is groter. In Second Life moet je wel meedoen, en moet je wel reageren en bijdragen.
Maar leren vindt niet alleen plaats in instellingsgebouwen. De Postbank is in 2006 gestart met de business lounge voor jongeren t/m 14 jaar die een eigen bedrijf willen starten. Jongeren kunnen er leren op een leuke manier zelf verantwoord en slim met hun financiën om te gaan. Dit doen ze door een eigen “bedrijf” op te zetten, contacten te leggen en kosten en inkomsten in de gaten te houden. Hierdoor komen we op de volgende stelling:
Educatie in Second Life is een goed concept.
Stelling 2
De komst van virtuele werelden brengt veel nieuwe mogelijkheden met zich mee. Mensen verdienen hun geld ermee en spenderen veel tijd in deze werelden. Deze nieuwe mogelijkheden brengen ook nadelen met zich mee. Zo is er sprake van digitale misdaad. Kinderporno, verkrachtingen en moorden zijn aan de orde van de dag binnen de wereld van Second Life. Maar is dit wel gewenst? Het openbaar ministerie houdt zich ook bezig met dit soort zaken. Zij vindt dat er moet worden opgetreden:
HILVERSUM - Het Openbaar Ministerie (OM) wil proefprocessen gaan voeren zodat jurisprudentie ontstaat over virtuele kinderporno in online spellen als Second Life. Als de wet niet duidelijk is op een bepaald punt, heb je jurisprudentie nodig, zei Kitty Nooij dinsdag in een reportage van Netwerk.
Maar is een virtuele misdaad een echte misdaad? Hoe moeten deze misdaden worden tegengegaan en worden bestraft? Virtuele kinderporno, waarbij de afgebeelde kinderen niet daadwerkelijk zijn misbruikt, is al sinds 2002 strafbaar. Hierbij gaat het om beelden die, anders dan bij Second Life, levensecht zijn.
De Brusselse politie is een van de instanties die zich ingaat zetten om misdaad in een virtuele wereld tegen te gaan. Zij is van plan te gaan patrouilleren in de wereld van Second Life. Een nieuwsite over Second Life meld het volgende:
Apparently the Brussels Court will be working together with the Federal Computer Crime Unit to "patrol in Second Life" after a virtual rape case that involved a Belgian Second Life user. There are no details at this time about what actually occurred in this case or under what laws these virtual actions would be prosecuted, however the translation of the primary sources allude to a "morals section." Another translated quote mentioned "the public prosecutor was alarmed," which may hint at how seriously this case is being taken.
Hieruit blijkt dat virtuele misdaad een serieuze zaak is en dat verschillende instanties zich willen inzetten tegen dit fenomeen. Vandaar deze stelling:
De politie mag Second Life gebruiken om eventuele misdadigers te pakken te krijgen. (net als infiltranten)
Verloop van het debat
Alvorens ons debat in te leiden, werd de groep voor een keuze gesteld. Er zou tijd zijn voor een langere inleiding met een filmpje als we maar één van de twee stellingen zouden behandelen. Een voordeel hiervan zou ook zijn dat we meer tijd zouden hebben om één van de twee stellingen beter te behandelen. De groep vond dit een goed idee en koos er vervolgens voor om de tweede stelling te behandelen. Het debat werd ingeleid door Robert die daarvoor een tekst had geschreven. De tekst werd ondersteunt door een powerpoint. Hij leidde het met deze woorden in:
‘ SecondLife was voor ons drie jaar geleden allemaal abracadabra. Maar sinds we voor het eerst geconfronteerd werden met de ernst van het platvorm tijdens onze studie komt het als onderwerp zeer veel terug in de cursussen hier op de universiteit. Zo veel soms dat het bij tijd en wijlen onze strot uitkwam. Wat is toch de chaos rondom deze 3d versie van hyves, myspace of msn waar maar een paar honderd duizend mensen hun uren slijten? Was het de hype? Was het de potentie? Was het de titel? Of was het gewoon het nieuwe medium? Een nieuw medium dat in vele opzichten anders was dan de bestaande. Het was zelfs nieuwer dan het internet. Het bond internet, gaming, taal, films, sociale media en telefonie samen en gaf de gebruiker de mogelijkheid om geheel gratis een eigen wereld creëren waar de mogelijkheden onbegrensd leken. Dit laatste moest natuurlijk getest worden. Zijn de mogelijkheden echt onbegrensd? Allerlei politieke, culturele, filosofische en economische vraagstukken stoken hun kop uit boven het zand. Uitroeptekens en vraagtekens werden gestrooid bij vraagstukken als ‘een tweede leven ten koste van je eerste leven?’, ‘Een economie zonder vastgoed?’ ‘virtuele kinderporno’ en ‘ordehandhaving in een onbegrensde wereld?’
Vandaag gaan we ook met vraagtekens en uitroeptekens strooien. Dit gaan we doen aan de hand van een debat in de vorm van het Lagerhuis. Een populair debatprogramma waarin de zaal onderverdeeld is in twee helften tegen over elkaar. Een stelling wordt ingeleid door een voorzitter en het publiek dat wil reageren op de stelling moet gaan staan als het wat wil zeggen. Het enige verschil met het Lagerhuis is dat jullie al te horen hebben gekregen wie voor en wie tegen is. Ook is het zo dat alle voorstanders letterlijk tegenover de tegenstanders zullen komen te staan.
Er zijn twee stelling opgesteld die jullie als het goed is al weten. Als dat niet het geval is vanwege het late tijdstip waarop de stellingen bekend zijn gemaakt gisteravond dan kunnen jullie op deze slide zien wie welke rol heeft. (PP) deze slide zal straks nog enkele malen langs komen.
Er zijn bij elke stelling twee voorzitters en twee experts aangewezen. De voorzitters leiden de stelling kort in en houden het overzicht op de tijd en rode draad en de experts zorgen ervoor dat de discussie niet dood valt. We hebben een strakke tijdsindeling dus we gaan snel van start.’
Vervolgens werd er een filmpje vertoond van een fragment uit het Lagerhuis. Dit fragment ging dan wel niet over Second Life, maar gaf wel een duidelijk beeld van hoe het er in het programma aan toegaat. Dit was ook de bedoeling van de filmvertoning.
Wat Robert had gezegd, werd uitgevoerd. Koen en David werden de voorzitters voor het debat en waren van tevoren al ingelicht over hoe zij de kwestie zouden moeten inleiden. Koen begon zijn verhaal en vertelde over een recentelijk gebeurtenis van een verkrachting binnen Second Life en hoe de Brusselse politie daarop inspeelde.
Tussen de inleiding door toonden wij de groep een filmpje over een man die via Second Life in aanraking was gekomen met pedofilie. Het filmpje liet zien hoe de man achter een virtueel cafe in een virtuele speeltuin terecht kwam vol met virtuele kinderen en vervolgens met hen kon onderhandelen over een prijs voor virtuele seks met deze avatars. Dit was een goed voorbeeld van hoe de grenzen binnen een virtuele wereld wel onstrafbaar konden worden overschreden.
Expert C en Expert D kwamen vervolgens aan het woord. Zij deelden ons hun standpunten mee. Ze hadden hier ongeveer 1 a 2 minuten de tijd voor. Daarna werd het debat geopend. Voor ongeveer tien minuten gingen er argumenten heen en weer. Af en toe werd er een zijtak ingeslagen en vroeg een voorzitter om verduidelijking. Er vond een goede afwisseling plaats tussen de sprekers van de twee discussiërende groepen.
Uiteindelijk werd het debat samengevat door de voorzitters en dit gold meteen als een soort van conclusie. Daarna was er tijd over voor onze beoordeling en een afsluitend gesprek om zo ook onze docente Eva nog even het licht op een aantal punten te laten werpen en ons duidelijk te maken wat we ervan gemaakt hadden en hoe we ervoor stonden.
Groepsevaluatie
Om het debat te beoordelen hebben wij de rollen verdeeld. Meike kreeg als taak het debat te beoordelen op argumentatie en inhoud. Ze heeft gelet op de aangehaalde punten, de structuur en de vooruitgang in het twistgesprek. Ze kwam tot het volgende:
De deelnemers hebben zich niet altijd gehouden aan de stelling. Dat wil zeggen dat men inhoudelijk gniet altijd inging op de stelling zonder verder uit te wijden over bepaalde te specifieke gebeurtenissen of bepaalde zijwegen in te slaan die vervolgens naar een discussie binnen een ander domein van discussies rond Second Life zouden leiden. Een specifiek voorbeeld hiervan was hoe de deelnemers al snel een zijweg insloegen door te gaan discussiëren over wat de definitie was van misdaad en hoe letterlijk dit genomen moest worden binnen een virtuele wereld. Ook ontstond er een discussie over hoe men dan deze mensen zou moeten straffen. Hierdoor ontstaan er een soort van subdiscussies die niet meer gingen over of een delict in een Second Life een echt delict zou zijn. Wel werden er goede argumenten aangehaald al waren ze niet helemaal van toepassing binnen deze specifieke stelling
Jettie zou letten op de presentatie. Dat houdt in dat ze heeft gelet op de duidelijkheid van de taal, de vormgeving van uitingen en de acties en reacties van de participanten en hoe zij dit alles poneerden. Haar vielen de volgende punten op:
De participanten krijgen een positieve beoordeling. Ze spraken duidelijk en wat er gezegd werd, was goed te volgen. Dit leidde dan ook tot een goed verloop van de discussie. Jenny kreeg een complimentje omdat het plezierig en duidelijk was geweest om haar aan te horen. Ondanks dat het debat op een aantal zijsporen raakte, werd er wel telkens gereageerd op elkaar. Ook een positief punt was dat men elkaar liet uitspreken en men wachtte op hun beurt. Dit droeg ook bij aan een goed verloop van de discussie. Eenmaal kwam het voordat iemand voor zijn beurt begon te spreken en dit werd onmiddellijk bestraft door de voorzitters door de deelnemer er op te wijzen.
Robert had als taak de lichaamstaal van de participanten te beoordelen. Hij lette op de houdingen van de participanten en hoe zij zich lichamelijk gedroegen. Hier kwam het volgende uit:
Mensen gedroegen zich lichamelijk natuurlijk allemaal anders maar niemand was echt opvallend aan het bewegen. Koen werd er op gewezen dat hij niet zo moest spelen met zijn pen omdat dit zou kunnen afleiden. Thomas kreeg wat positieve kritiek. Het feit dat hij was gaan staan voordat hij de beurt kreeg om de voorzitters te wijzen op dat hij wat wilde zeggen, werd hem in dank afgenomen omdat zoiets een duidelijk teken is en omdat het ook past in de trend van het programma het Lagerhuis.
Arriën kreeg als taak op het geheel te letten. Daarbij trachtte hij te kijken naar zowel de drie bovengenoemde punten en de wisselwerking tussen deze drie aandachtspunten. Dit leidde tot een aantal specifieke punten en een aantal bredere uitgangspunten. Zijn zowel positieve als negatieve kritiek zag er als volgt uit:
Het debat was leuk. Iedereen deed mee en iedereen bleek wat nuttigs te kunnen stellen. Ook heeft iedereen zijn rol goed vervult. De voorzitters hebben de stelling goed ingeleid en wezen mensen die wat wilden zeggen keurig om de beurt aan. Ook werd er goed op de tijd gelet dankzij voorzitter David waardoor het qua tijd niet uit de hand liep. Ondanks dat men een aantal maal op een nevendiscussie terecht kwam, was het toch heel interessant. Dit lag ook aan de goede organisatie, vertelde onze docente Eva ons. De kritiek die achteraf gegeven werd door ons kon ze ook erg waarderen. Op iedereen was gelet.
Persoonlijke evaluatie
Het idee om het Lagerhuis te nemen als voorbeeldvorm voor ons debat, is uiteindelijk een goed idee gebleken. Ik had het gevoel dat iedereen alvorens het debat bekend was met dit programma. Dit bleek ook uit het feit dat na een goede inleiding van Koen en een sterke argumentatie van beide experts Jenny en Iris, Thomas al meteen ging staan om zijn zegje te doen. Daarnaast nam men de tijd elkaar te luisteren en met elkaar te redetwisten over de stelling. Jenneffer werd bestraft voor het nemen van de beurt zonder dat zij werd aangewezen en dit is past ook in de stijl van het Lagerhuis. Het feit dat Micky te lang aan het woord was, werd niet afgestraft. Dit vond ik een klein minpuntje vooral omdat men te maken heeft met een tijdslimiet.
Het was leuk om te zien hoe men met hun rol omging. Alhoewel ik vind dat de voorzitters goed waren voorgelicht, vind ik ook dat de manier waarop ze dit interpreteerden en ermee aan de slag gingen heel zinvol en leerzaam is geweest. Ze bleken bekwaam als voorzitters en hebben het goed gedaan. Ook voor de experts valt wat te zeggen. Ze waren duidelijk en er hun argumenten waren sterk. Uiteindelijk vind ik dat alle participanten goed met elkaar omgingen en vond ik het leuk om te zien dat iedereen goed meedeed.
Het was mijn taak om te letten op het gehele debat en de wisselwerking tussen de drie aspecten; argumentatie en inhoud, presentatie en lichaamstaal. Waar het fout ging werd men er op gewezen maar over het algemeen denk ik dat op alle punten voldoende is gescoord. De kritiek die gegeven is, zowel de positieve als de negatieve, is sowieso leerzaam en nuttig.
Zoekverslag Bronnen
Voor informatieve en ondersteunende bronnen hebben wij gezocht op het internet met behulp van de zoekmachine van google en google scholar en op youtube.com. Daarnaast zien wij het gevolgde hoorcollege ook als bron en gebruikten wij ook de tekst van De Nood. De termen waar wij op hebben gezocht zijn: ‘Second Life’ in combinatie met ‘pedofilie’, ‘crime’, ’misdaad’, ‘education’, ‘educatie’, en ‘virtual crime’. Dit leidde tot de volgende bronnen:
Nood, David, de. Gastcollege. Centrum voor Informatie en Media, Universiteit Utrecht, Utrecht. 30 September 2008.
(de Nood gaf op dinsdagochtend 30 september 2008 een informatief college over Second Life. Hij presenteerde ons de resultaten uit zijn onderzoek en legde ons vervolgens een aantal stellingen voor die betrekking hadden tot gaming in virtuele werelden, die wij vervolgens hebben gebruikt om onze stellingen te nuanceren.)
Attema, Jelle en David de Nood. ‘Residents in analyse. De feiten over Second Life na de hype’. Den Haag: EPN, 2007.
http://www.secondlife.nl/images/inventory/761344793d9d8b773490e206065d69af.pdf
(Dit artikel bevat het gehele onderzoek van David de Nood en daarin bevinden zich de resultaten die ons aanwijzingen geven over wat er zich afspeelt binnen de virtuele wereld van Second Life)
http://secondlife.com/whatis/(oktober 2008)
(Deze site bevat informatie over wat Second Life nou eigenlijk is. Second Life is een virtuele wereld waarin men kan toevoegen wat men wil dankzij de open source)
http://www.nu.nl/news.jsp?n=983672&c=52OM wil proefprocessen over kinderporno op Second LifeUitgegeven: 20 februari 2007 23:17 Laatst gewijzigd: 21 februari 2007 13:30© ANP(oktober 2008)
(Dit online nieuwsbericht gaat over het verder moet met de bestraffing van virtuele illegaliteiten)
http://www.secondlifeinsider.com/2007/04/21/belgian-police-patrols-second-life-to-prevent-rape/Belgian police patrols Second Life to prevent rapePosted Apr 21st 2007 2:05PM by Aimee Weber (oktober 2008)
(Dit nieuwsbericht behandelt de consequenties van moord en verkrachting binnen de wereld van Second Life. De politie blijkt maatregelen te nemen)
http://nl.youtube.com/watch?v=9xY50cTyCos (oktober 2008)
(Dit filmpje hebben wij gebruikt ter inleiding van het debat. Het laat een fragment uit het programma het Lagerhuis zien)
http://www.youtube.com/watch?v=AQM-SiiaipE (oktober 2008)
(Dit filmpje is een fragment uit het CNN nieuws waaruit blijkt dat er pedofilie plaatsvindt binnen de wereld van Second Life. De media aandacht geeft de serieusheid van het probleem aan en heeft ons geholpen bij het maken van de stellingen)
http://www.youtube.com/watch?v=dN_jr6xjs90 (oktober 2008)
(Dit engelse filmpje geeft licht aan wat er zich afspeelt binnen Second Life. We hebben dit filmpje gebruikt als intro voor onze tweede stelling)
http://binnenland.nieuws.nl/451114 (oktober 2008)
(Dit nieuwsbericht verteld over de VU en haar nieuwe virtuele bestaan binnen Second Life. Dit artikel hebben we gebruikt voor onze eerste stelling)
http://www.eschoolnews.com/news/top-news/index.cfm?i=42030&CFID=15240989&CFTOKEN=75913838 (oktober 2008)
(Dit artikel beschrijft hoe Second Life een medium wordt voor onderwijs. Het artikel is gebruikt voor de argumenten bij de eerste stelling)
http://www.emerce.nl/nieuws.jsp?id=1750918
(Dit artikel beschrijft hoe de bankwereld zich in de virtuele werelden begeeft. Het gaat hier niet over de Postbank ik Second Life)
http://www.dutchcowboys.nl/online/8874
(dit bericht geeft verslag van de ABN Amro bank binnen de virtuele wereld van Second Life. Nast ABN amro zijn ook de Postbank en de Rabobank in deze wereld te vinden)
Abonneren op:
Posts (Atom)