donderdag 30 oktober 2008

Week 6 - Objectiviteit van de krant

Voor het werkcollege van week 6 moesten wij een stelling bekijken op een speciaal gemaakte weblog voor dit werkcollege. De informatie was te vinden op w3spoel.blogspot.com. Deze site bevat onder andere een aantal artikelen over de Deense cartoontekenaar die spot met de islam volgens de moslimwereld, onderzoek naar Iranese bloggers en een in het Arabisch geschreven artikel over de Iranese leiders Ali Khamenei. Daarnaast stonden de stelling en de onderbouwing ervan op de site.

De artikelen op de weblog bleken geschreven te zijn door een Iranese vrouw die verdacht veel leek op debat organisatrice Iris van der Spoel. Er was ook een band van Iranese vlaggen te zien die aannemelijk duiden op de vaderlandse instellingen van de deze Iranese vrouw.

Thomas, Jenny en Iris vertelden ons ter inleiding van het debat dat ze deze site niet voor niets hadden aangemaakt. Het was de bedoeling geweest ons duidelijk te maken hoe een Iranees blog eruit zou zien. Hiermee wilden ze het verband leggen tussen het debat en de gelezen tekst van deze week van Makarian over het mediagebruik in Iran onder vrouwen.

Zoals ik al geschreven heb in mijn artikel over het hoorcollege, zijn er een aantal zaken die niet mogen worden besproken in Iran. Leiderschap en Geloof zijn daar twee aspecten van. Wat de Deense cartoonist doet; het belachelijk maken van Khamenei, wordt veracht door de Iranese bevolking. Vandaar dat de organisatoren van het debat dit aanhaalden in een artikel op hun blog.

Maar is omdat Iranese bloggers toch behoefte hebben bepaalde onderwerpen te bespreken doen zij dit dus door middel van weblogs. Hier komt een vraag naar boven. Het is wel duidelijk dat mensen die blogs bijhouden een onderwerp vanuit een ander perspectief belichten. Kranten en andere vormen van traditionele media schrijven ook op hun eigen manier. Maar hoe zit het met objectiviteit en de bepalingen vanuit perspectieven? Vandaar dat de organisatie voor het vijfde debat over moslims en media de volgende stellingen bedachten:

‘Nieuwe interactieve media (onafhankelijke nieuwssites, fora, weblogs) geven gezamenlijk een objectiever beeld van de Islamitische gemeenschap in Nederland dan traditionele media.’

Qua opzet zag het debat er als volgt uit: Er waren twee groepen, een voor de stelling en een tegen de stelling. De groepen kregen ongeveer drie minuten om zich te overleggen welke argumenten er naar voren gebracht moesten worden in de inleiding. Daarbij wezen beide groepen een groepshoofd aan. Vervolgens werd het debat ingeleid door groep vijf en werden de regels voor het debat geëxpliciteerd. De hoofden vertelden vervolgens elk hun argumenten die zij met hun groep vertegenwoordigden. Hierop volgde een open debat geleid door de leden van groep vijf die allen een voorzittersrol aannamen.

Bij de tegenpartij, die eveneens tegen waren, waren vooral Gerard en Meike aan het woord. Ze haalden een boek als bron aan, om te zeggen dat kranten objectiever schrijven. Wat achteraf heel dom van ons was, bleek dat dit boek juist zei dat kranten niet objectief zijn. Alleen niemand kende het boek en daarvoor werd er niets over gezegd. Maar dit terzijde.

In mijn groep zaten Thomas (van Doorn), Tim, Mickey, Martin, David en ik. Iedereen is aan het woord geweest en ik vond dat iedereen nuttige bijdrage heeft geleverd. Zo vond Mickey dat het geheel van alle blogs juist meer aan de orde brengt dan alleen de kranten, en dat dit bij zou dragen aan de objectiviteit. Ik vond dat kranten uit een soort van idealistisch perspectief pretenderen dat ze objectief schrijven maar dat dit in de realiteit niet zo is. Achteraf bleek dat er niet een groep werd aangewezen als winnaar, maar een persoon. Dit bleek Carolien te zijn. Ze werd positief beoordeeld op haar manier van spreken en op de sterke inhoudelijke bijdrage die ze had gedaan voor het debat.

Er werden een paar positieve en negatieve punten opgemerkt door Robert en Jenneffer. Robert vertelde dat hij het heel fijn vond om naar sommige mensen te luisteren. Jenneffer vond dat sommige mensen wel wat actiever mee mochten doen. Dit had ze afgeleid aan de houdingen van de personen. Ik kreeg een positief puntje voor mijn verhaal maar omdat ik halverwege niet meer wist wat ik wilde zeggen, had ik niet zo bij de pakken neer moeten gaan zitten.

Door de kritiek van Robert en Jenneffer, het beoordelingsgesprek na het debat en mijn eigen nuanceringen, kom ik op de volgende positieve en negatieve evaluatiepunten:

- Let op je lichaam. Als je achteruitgezakt op je stoel gaat liggen, oogt dit niet echt actief.
- Denk na voordat je wat zegt. Als je het niet meer weet, maak je uiteindelijk ook geen punt. Bereid je dus voor.
- Gebruik bronnen, en wel zo dat ze je standpunt bevestigen ondanks dat ze juist bedoeld zijn om dit niet te doen.
- Let op de voorzitters. Alles gaat via hen.

Deze punten, samen met de grondregels en de punten die ik in vorige verslagen heb aangestippeld, zijn erg belangrijk voor het debat van volgende week dinsdag. Tezamen vormen zij een goede basis voor een spreker in een debat.

Geen opmerkingen: