De eerste ronde zou bestaan uit vier debatten. Elk debat bestond uit een korte inleiding door de twee voorzitters, één a twee minuten om een standpunt met argumenten in te nemen door de partij voor, en één a twee minuten voor de partij die tegen was om hetzelfde te doen, en zes minuten open debat waarna de voorzitters de besproken punten zouden opsommen en een conclusie zouden trekken.
Het eerste debat behandelde de dominantie van digitale televisie. Betrokken bij dit debat waren natuurlijk twee groepen en twee voorzitters. De mensen uit één van deze groepen zagen er net gekleed uit. Ik vond dit een positieve bijdrage aan de presentatie van deze groep. Tijdens het debat zelf vond ik hen, ondanks goede argumenten, echter opdringerig en zelfs lichtelijk agressief overkomen. Vervolgens lachten zij om argument tegen hen omdat het onderbouwd werd door een bron die dateerde uit 1994.
De tegenpartij, groepsgenoten uit mijn werkgroep, oogden rustig en lieten zich niet intimideren. Hun standpunt was solide door de stevige argumenten.
Het tweede debat ging over de bijdrage van geenstijl.nl aan de vorming van het beeld dat men binnen Nederland heeft van de moslim. De inleidende spreker, Gerard, van de groep die voor de stelling was, sprak heel erg aangenaam en was zeer goed te volgen. De argumenten die zij aanhaalden, kwamen iets minder sterk over dan de argumenten van de tegenpartij. De tegenpartij bleek iets feller en oogden iets fanatieker.
De derde discussieronde behandelde een stelling over het wel of niet afschaffen van het auteursrecht. Ik was lid van het groepje dat voor de afschaffing was. Ten eerste wil nu alvast kritiek leveren op degene die de stelling had gemaakt. Je kan niet helemaal tegen de afschaffing van het auteursrecht zijn zonder dat er een vervanging van handhaving is. Dat zou hetzelfde zijn als dat men tegen artiesten, schrijvers, wetenschappers, enz., zou zeggen dat ze maar aan het werk moesten gaan en het dan voor niks met ons zouden moeten delen. De stelling had dus moeten worden genuanceerd; De manier waarop het auteursrecht wordt gebruikt, en de handhaving ervan, moet worden afgeschaft. Dit was precies wat ik wilde doen in de inleiding die ik gaf, waarin ik ook nog eens even hetgeen wat ik wilde zeggen kwijt was, maar de tegenpartij had dit totaal niet verwacht en verweet mij en mijn groep meteen dat we ons niet aan de stelling hadden gehouden en dat we ook tegen de afschaffing waren. Vervolgens poogden wij duidelijk te maken dat de manier waarop men Peer 2 peer gebruikt, juist hetgeen wat belangrijk is in deze kwestie buitenspel zet; de artiest. Daar zijn oplossingen voor. De tegenpartij reageerde fel door weer te zeggen dat we het dus met hun eens waren. Dat waren we dus niet. En toen was de tijd voorbij.
Het vierde debat ging over e-learning en educatie via games. Een groep was tegen deze vorm van educatie, en de andere was dus voor het inzetten van games in het onderwijs. Hierin vond ik de groep die tegen was veel sterker. Hun hoofdspreker haalde goede argumenten en voorbeelden aan, en nuanceerde hun standpunt door te zeggen dat er een potentie is, maar dat de games zelf nog niet dusdanig zijn ontwikkeld, dat het een positief effect zou kunnen hebben. De leden van de groep die voor de stelling was, waren veel te fel en haalde, naast veel goede, ook een verschrikkelijk slecht argument aan. Zo beweerde een groepslid dat het spel Medal of Honor een bijdrage zou leveren aan hoe een kind tegen de gebeurtenissen in de tweede wereldoorlog aan zou kijken. Ik ken het spel, ik heb het veel gespeeld. Het gaat hier niet om een kind te leren over hoe de oorlog geweest is. Het is puur gemaakt voor vermaak; je speelt een soldaat die samen met andere soldaten missies moet doen door vijanden uit te schakelen en bommen te plaatsen e.d..
Het werd tijd voor pauze en in deze pauze zou iedereen zijn stem mogen inleveren en zouden ze worden geteld. De uitslagen sloegen weinig tot nergens op vanuit mijn perspectief. Wat ten eerste opviel was dat er geen enkele groep uit onze werkgroep doorging, zelfs de voorzitters niet. We vonden voor dat we aan het debat begonnen dat wij wel telkens de moeilijke kant van de stellingen moesten verdedigen, en deze uitslag zou dit maar weer bevestigen. Vooral de werkgroepgenoten die in het eerste debat hadden gediscussieerd, waren beter dan de groep waar zij tegen hadden gedebatteerd. In de vierde discussieronde was de groep die tegen was geweest ook veel beter uit de verf gekomen naar mijn mening. Ondanks alles waren zij toch uitgeschakeld.
De halve finales en finales werden inhoudelijk misschien wel beter, maar ik begon me lichtelijk te ergeren aan het overmatige brongebruik van de debatanten. Als een persoon een argument naar voren bracht aan de hand van een onderzoek, wat volkomen standaard bleek te zijn, bracht een tweede persoon die het niet eens was met dit argument bijna automatisch dezelfde vormen van zinnen naar voren; ‘ik wil even inhaken op wat je net zei. Ik heb hier een onderzoek van … dat juist zegt dat …’. De groep die uiteindelijk gewonnen had, gebruikte juist het minst dit soort zinnen waardoor ze ook eigen inbreng en gedachten gebruikten om de tegenstanders te overtuigen. Dat is ook de hoofdreden geweest waarom ik op hen gestemd heb.Dit artikel sluit ik af met een aantal positieve en, misschien wel veel meer, negatieve punten van het einddebat. Wat ik er vooral positief aan vond was het volgende:
- Denk goed na. Als je tactloos ergens op reageert, kan dit best leuk zijn, maar soms ook echt niet.
- Pas je aan. Het is niet erg om je standpunt of een argument iets te nuanceren. Daar zijn discussies immers voor.
- Gebruik humor. Door te lachen neemt de druk van de serieusheid van een gesprek af.
Negatieve punten waren er genoeg. Ondanks dat ik veel geleerd heb, heb ik ook veel gezien waar ik het niet mee eens was of wat ik niet goed kon waarderen. Negatieve punten waren:
-Blijf rustig. Als je als een maniak op je spiekblad gaat slaan of je wijst met gespannen armen naar je tegenstander, kan dit erg agressief overkomen.
-Lach je tegenstander niet uit. Een oude bron is misschien oud, maar dat zegt niets over de waarde van de bron. Wel verteld het lachen iets over de respectloosheid van jou voor je tegenstander.
-Pretendeer niet dat je tegenstander iets zegt als hij het niet zegt. Ik werd persoonlijk gek van een tegenstander die mij verweet het eens te zijn met wat hij zei, terwijl ik dit niet was. Hij wilde niet eens kritisch naar mij luisteren had ik het gevoel. Dit was echt niet bevorderlijk voor het debat.
-Probeer daarom ook niet alleen je gelijk te halen. Vanuit een idealistisch beeld moet je het debat zien als een manier waarop men tot een eventuele oplossing kan komen. Iedereen kan gelijk hebben en er dus iets aan bijdragen.
-Beoordeel het debat eerlijk. Het is moeilijk om objectief te blijven, maar je stem moet onderbouwt worden door goede argumenten, en niet ‘omdat iemand zo’n leuke trui aan heeft.’
i
i
Bron plaatje:
i
Geen opmerkingen:
Een reactie posten