donderdag 30 oktober 2008

Week 7 - Slotevaluatie

Men zegt altijd dat het snel is gegaan aan het einde. Aan het begin heb je acht weken voor je, aan het eind heb je acht weken achter je. In het begin zie je tegen dingen op, aan het eind kijk je op dingen neer. Zo kan ik door blijven gaan, maar wat nu belangrijk is dat ik doorheb wat ik geleerd heb deze weken.

Ten eerste zal ik eerst eens vertellen waarom ik dit vak heb gekozen. Dit had men misschien eerder verwacht in een artikel, vrijwel al gelijk in de eerste week, maar ik ben van mening dat het pas hier tot recht komt. Er zijn een aantal redenen waarom ik dit vak heb willen volgen.

Ten eerste vond, en vind, ik de mediavakken binnen mijn studie, Communicatie- en Informatiewetenschappen, het leukst. Het actuele debat rond media leek mij daarom een interessant domein. Hiervan zou ik kunnen leren over nieuwe media en de ethische problemen die zij met zich meebrengen. Ten tweede sprak vooral het woord ‘debat’ mij aan. Ik ben een persoon die met iedereen in conclaaf kan gaan over wat voor soort onderwerp, maar een echt krachtige en sterke debateerder ben ik niet. Ik zag dit vak als een goede oefening en cursus om mijn discussievaardigheden te verbeteren. Ten derde zou ik dit vak gaan volgen met allemaal bekenden van mijn studie. Toch kwam ik bij bijna allemaal nieuwe mensen in de werkgroep. Ik vind dit totaal niet jammer.

Nu kan ik mij drie vragen stellen die mij een antwoord geven of ik daadwerkelijk wat aan de cursus heb gehad. Heb ik meer geleerd over de nieuwe media en de vraagstukken die zij met zich mee brengen? Het antwoord is overduidelijk positief. Ik heb meer geleerd over vijf verschillende onderwerpen waaronder ook onderwerpen waarin ik van tevoren ook zeer geïnteresseerd was, zoals virtuele werelden en games. Ik ben ook kritischer gaan kijken naar bepaalde aspecten binnen het domein van de nieuwe media. Het laatste thema over de Islam en de media heeft voor mij veel verborgenheden aan het licht gebracht en mijn visie erop deels veranderd en genuanceerd.

Ben ik ook beter gaan debatteren? Ook op deze vraag kan ik positief antwoorden. Ik heb gezien dat het niet alleen maar gaat om de inhoud. Vanuit een idealisme had ik het idee dat het juist alleen moest gaan om de inhoud, maar zoals uit de praktijk van onze debatten blijkt is er ook sprake van andere aspecten zoals lichaamstaal en presentatie. Specifieke punten, al zijn ze maar klein, dragen samen bij aan een geheel. Dit geheel wordt beoordeeld. Ik ben dus naast argumentatie en inhoud ook gaan letten op mijn lichamelijke bijdrage en mijn spreekvaardigheden e.d. waardoor ik mijzelf een betere debateerder vind dan voorheen.

De laatste vraag die mij rust te stellen is de vraag of ik het naar mijn zin heb gehad. Dit is eigenlijk misschien wel de belangrijkste vraag. Ik antwoord met het volgende: Mijn docente was sympathiek en behulpzaam. Ze heeft goed bijgedragen aan mijn vooruitgang. Daarnaast heb ik ook wat te danken aan mijn werkgroepgenoten. Het waren slimme, leergierige, enthousiaste mensen waarmee ik, ondanks dat het onder ‘schoolse activiteiten’ valt, nooit met tegenzin in de werkcolleges heb gezeten. Elke dinsdag moest ik om zeven uur opstaan om naar het hoorcollege te komen, en zelfs dit deed ik niet met tegenzin! Daarom wil ik deze cursus dan ook aanraden voor iedere medestudent.

Geen opmerkingen: