donderdag 30 oktober 2008

Week 5 - Gefopt!

Bijna onbegrijpelijk waren de stelling op WEBCT, gepost door groepje vier. Een belangrijk deel van het bericht zag er als volgt uit:

Bij dezen twee stellingen voor aankomende donderdag 9 oktober 2009:

Stelling1:De ontwikkeling naar web2.0 met al zijn user generated content heeft desastreuze gevolgen voor het educatieve systeem omdat e-learning op foutieve wijze wordt toegepast.

Stelling 2:Enkel door een paradigma verschuiving van de hierarchie tussen docent en student zal er uiteindelijk een ultiem synergetisch proces voordoen wat positieve gevolgen heeft op de ontwikkeling van mediawijsheid, waardoor de samenleving uiteindelijk slimmer, sneller, beter wordt.

DUS zijn jullie voor of tegen... laat het weten want In tegenstelling tot voorgaande keren willen we graag dat jullie zelf bepalen aan welke kant van het debat jullie staan. Zouden jullie tevens aan willen geven welke stelling de voorkeur heeft.

Er volgden reacties. Sommige mensen uit de werkgroep reageerden zakelijk:
stelling 1: tegen stellin 2: tegen

en sommigen iets minder zakelijk omdat ze de stelling niet goed begrepen:
Stelling 1: Tegen Stelling 2: Uhm??

totdat mensen eerlijk toegaven dat er geen snars van begrepen werd:
Kunnen jullie de stellingen iets verhelderen? Thanks!Voor zover ik er inzicht in heb:
Stelling 1: tegen Stelling 2: Uhm

Uiteindelijk bleken we gefopt te zijn door de leiders van het debat van 9 oktober. Het bleek een, naar mijn mening niet heel goed opgezet, onderzoek om te kijken of WEBCT inderdaad gebruikt werd om samen te discussiëren en tot kennis en, in dit geval, een oplossing te komen. Dit was dus niet het geval. Wel was het een goede inleiding op het daaropvolgende debat. De stelling voor dit debat luidde:

“Elektronische leersystemen zoals WebCT hebben geen toegevoegde waarde binnen het universitaire systeem.”

Er waren drie argumenten aangestippeld voor deze stelling. Ten eerste was het onderzoek een bewijs van geldigheid. Ten tweede zou de hedendaagse student nog niet klaar zijn voor het systeem. Ten derde is het systeem al achterhaald.

De opzet wat simpel en vrij. Iedereen mocht zelf uitmaken of ze voor of tegen de stelling waren. De studenten verdeelden zich onder twee groepen. Na het goed verdelen van de groep kwam ik te zitten bij de mensen die tegen de stelling waren, en dit was ook de groep van mijn keuze geweest omdat ik wel degelijk denk dat een systeem zoals WEBCT toegevoegde waarde heeft.

De argumenten die werden aangedragen van beide partijen waren sterk en gegrond. Zo vertelde Thomas dat het posten op WEBCT traag verloopt omdat mensen er niet snel op reageren. Dit is wel het geval als leerlingen programma’s zoals MSN messenger gebruiken. Als weerwoord gaf ik aan dat ik ook vakken heb gevolgd waarin men juist wel veel op elkaar reageerde, zoals bij Theorieën van de Nieuwe media. Ook vanuit idealistisch perspectief is het makkelijker een link op WEBCT te posten dan bijvoorbeeld een printje te maken voor iedereen.
Ook een belangrijk punt vond ik dat voorzitter Michiel even aanstipte dat Herz, de schrijver van het gelezen stuk, een ideaalbeeld had van dat men digitale leersystemen moet gebruiken om samen een doel te voltooien. Volgens mij moet men daarbij niet vergeten dat de doelen compleet anders zijn. Een doel in de wereld van Warcraft is een ander doel dan het halen van een vak voor school.

Bij deze stelling bleek het uiteindelijk moeilijk om niet te snel een zijweg in te slaan. Al snel werden er allerlei voorbeelden bijgehaald en bleek het domein van de discussies rondom e-learning en educatie erg groot en breed te zijn. Soms leek de discussie meer op een filosofisch gesprek. Vanuit mijn interesse vind ik dit totaal geen negatief punt. Het is juist leuk om je gedachten de vrije loop te geven. Daar komt wel bij dat men ongegronde dingen gebruikt als argument. Bronnen worden er weinig gebruikt. Dit kwam in dit debat misschien ook omdat de voorbereiding niet heeft kunnen plaatsvinden. Men wist namelijk niet dat er een nieuwe stelling zou worden geponeerd.

Geen opmerkingen: